
Nieuwe muziek kan uit Groningen komen. Het NNO zet regelmatig een Nederlandse componist aan het werk. Die opdrachten leverden al prachtige stukken op van onder meer Theo Loevendie en Johan de Meij. Nu is de beurt aan Rob Zuidam. Geïnspireerd door ver uiteenlopende bronnen - van rauwe gitaarpop tot laat-middeleeuwse muziek - zoekt Zuidam in zijn werk ‘voortdurend naar extase en mooie vergezichten, en stuwende ritmiek helpt daarbij’. Waan je je bij Zuidam in de flitsende hectiek van de grote stad, bij Bruckner voel je je omsloten door een gigantische kathedraal: het is muziek van het schemerdonker, van vage contouren en plotselinge lichtstralen waarin soms God, soms de Duivel opdoemt. Ondanks de verschillen, hebben de componisten gemeen dat ze zeer trefzeker voor orkest schrijven. Bruckner had zeker beaamd wat Zuidam over zichzelf zei: “Bij mij begint het pas echt te stromen als ik een enorme doos kleurtjes voor m’n neus heb.”