
De harp des Heeren, werd de geestelijke vader van de Johannes Passion wel genoemd. “Muziek is de taal van God”, vond Bach en alles wat hij componeerde droeg hij aan zijn schepper op. In de Johannes Passion wordt het evangelie naar Johannes vrijwel letterlijk gevolgd. Anders dan Matthäus legt Johannes het accent niet op het lijden en het slachtofferschap, maar veel meer op de persoonlijkheid van Jezus, de charismatische jongeman met een boodschap. In de Johannes Passion is aan het volk, de publieke opinie, een prominente rol toebedeeld. Dit tot genoegen van het NNCK en liefhebbers van koormuziek: de vele koordelen zijn doorspekt met dramatiek. Bij dirigent Jan Willem de Vriend, geroemd om zijn diepe respect voor religieuze betekenis en symboliek bij Bach, is dit werk in goede handen. “Je mag Bach niet alleen maar spelen omdat je ’t zo lekker vindt.” Bijzondere aandacht in deze uitvoering verdient daarnaast de chitaronne, het langste tokkelinstrument uit de luitfamilie en opvallend rijk van klank.