
Muziek kan effectief gereedschap zijn om tegengeluiden voort te brengen. Een van Finse mythologie en natuurbeelden doortrokken nationalistisch geluid tegen eeuwenlange Zweedse en Russische dominantie bijvoorbeeld. Via monumentale stemmingsbeelden overtuigt Jean Sibelius ons in zijn Vioolconcert van het unieke karakter van zijn vaderland, gespeeld door de kersverse concertmeester van het Concertgebouworkest. Dimitri Sjostakovitsj is de geschiedenis ingegaan als vertolker van het lijden van Sovjetburgers. “Mijn symfonieën zijn grafstenen.” Onder het schrikbewind van Stalin zagen componisten zich gedwongen muziek voor de massa te schrijven: heroïsch, vooral niet intellectualistisch en met een happy-ending. Maakt Sjostakovitsj in zijn Vijfde een knieval? Zijn antwoord: “De vreugde is geforceerd, onder bedreiging afgedwongen. Alsof iemand je met een stok op je rug timmert en roept: jouw taak is juichen, jouw taak is juichen.”