
De beste films van Alfred Hitchcock zijn die waar Bernard Herrmann de muziek voor schreef. Zijn jagende strijkers maakten Janet Leighs doucheavontuur in Psycho tot de huiveringwekkendste scène uit de filmgeschiedenis. Het Vioolconcert van Mendelssohn is één van de allermooiste en technisch meest indrukwekkende vioolconcerten ooit geschreven. Meeslepend en overrompelend. Muziek, die uw romantische snaar onbedaarlijk tot trilling weet te brengen. Maar houd u vast, het wordt allemaal nóg intenser. Beethovens Vijfde, de symfonie waarvan iedereen de eerste acht noten kent. Zo klinkt het als het Noodlot op de deur klopt. Alleen, wat gebeurt er daarna? Welke weg wordt met al die andere noten ingeslagen? U hoort de indringende verklanking van de worsteling die de zich ontplooiende mens te doorstaan heeft. Onze vrije wil en onze daadkracht voeren ons van strijd, via hoop en twijfel naar triomf. Plaatst u na dit concert nog vraagtekens bij de stelling van de filosoof Schopenhauer dat muziek de allerhoogste kunstvorm is? Nee toch, zeker!