
De prachtige symfonische miniaturen van Liadov worden niet vaak uitgevoerd. Toch zijn er weinig componisten die zó suggestief fantasiewerelden tot leven brachten. ‘Geef mij elfen, zeemeerminnen, gnomen en draken en ik ben gelukkig’, was zijn credo. Liadov tovert uit zijn fabelachtige orkestbeheersing een dieptewerking, kleur en beweeglijkheid die filmisch aandoet; het is typisch muziek die pas live, in de concertzaal, tot haar recht komt. Dat laatste geldt tevens voor de stukken van Katchaturian en Bizet: ze bieden niet alleen mooie noten, maar ook aanstekelijk speelplezier voor de musici. Katchaturian vond tijdens de grimmigste jaren van het Sovjet-regime een uitweg in de folklore van zijn geboortestreek Armenië. Uit het wervelende, oosters gekleurde Vioolconcert blijkt dat hij zich niet geïntimideerd voelde door Stalins culturele onderdrukking – en dat het nog steeds mogelijk was om een origineel, vitaal geluid te laten horen. Dat je een land kunt annexeren zonder het te bezetten bewees Bizet met Carmen. Via deze opera kreeg Frankrijk en de rest van de wereld een flamboyant beeld van Spanje, een Spanje dat men nog steeds wil horen. En dat nog steeds bestaat – niet in Spanje, maar Groningen bij het NNO!