sluiten
Meer Interviews
Interview met Julia Neumann

Interview met Julia Neumann

3 januari 2012

"Als je Bach zingt geloof je in God"

Julia Neumann zingt Bachcantates bij het NNO

 

“Spectaculair kan het optreden van sopraan Julia Neumann worden genoemd,” schreef het ‘Friesch Dagblad’ naar aanleiding van het nieuwjaarsconcert 2011 van het NNO. De Duitse sopraan Julia Neumann is inmiddels een graag geziene gast bij het orkest. Eerder zong ze hier onder meer in het Weihachtsoratorium van Bach en de rol van Pamina in Mozarts Zauberflöte op de Vismarkt. Neumann, sinds enkele jaren vast verbonden aan de opera in Erfurt, groeide op in Nederland en Zwitserland en spreekt perfect Nederlands (met een Limburgse tongval!). “Ik kom altijd graag terug in Groningen. Ik vind het een prachtige stad en ik heb er veel leuke mensen ontmoet!”

Sinds het veel geprezen nieuwjaarsconcert heeft Neumann niet stilgezeten. Grootste wapenfeit: de titelrol in de opera Lulu van Alban Berg in Erfurt. Ze ontving daarvoor een nominatie voor de titel Nachwuchssängerin des Jahres van het tijdschrift ‘Opernwelt’. “Die rol is een enorme uitdaging. Je staat drie uur lang op het toneel twaalftoonsmuziek te zingen, dat is lastig in te studeren en moeilijk te zingen. En je moet ook nog goed acteren!” Dat het acteren bij haar in goede handen is bleek wel uit haar uitvoering van Bernsteins shownummer Glitter and Be Gay tijdens het Nieuwjaarsconcert. “Ja maar dat was natuurlijk alleen maar show. Bij een rol als Lulu is moet je natuurlijk veel verfijnder te werk gaan. Daar komen veel meer kleuren aan te pas.”

En nu is Neumann terug bij het NNO. Twee cantates van Bach zal ze vertolken in een barokprogramma onder leiding van Simon Murphy. Het is repertoire dat haar na aan het hart ligt en waarvoor ze in het operahuis natuurlijk nauwelijks gelegenheid krijgt. “Mijn fundament is opera. Ik put veel kracht uit handelingen en bewegingen of uit het plot, opera geeft me heel veel inspiratie. Toch hoop ik altijd dat ik ieder jaar minstens één Bach-project kan doen, omdat juist Bach voor mij erg belangrijk is. Het is iets heel anders dan opera waarbij je moet acteren, het vraagt om een heel andere benadering en vereist een vorm van toewijding die via andere kanalen verloopt.”

Ironisch genoeg ontdekte ze juist onlangs dat Bach en opera wel degelijk samen kunnen gaan. Triumph der Liebe heet de ‘Bachopera’ die in Erfurt op de planken werd gebracht. Het werk, op een plot van de achttiende-eeuwse Franse komedieschrijver Marivaux, was speciaal samengesteld uit stukken uit de meer onbekende cantates van Bach. Neumann genoot: negentig minuten lang het stralende middelpunt van de voorstelling, als koningin die haar weg in het leven zoekt, op vier mensen tegelijk verliefd wordt, in verschillende personages kruipt en steeds van geslacht en leeftijd verandert. En al die tijd omringd door de muziek van haar geliefde Bach! “Het leek wel alsof ik terechtgekomen was in de film ‘Dangerous Liaisons’, maar dan speelde ik als het ware zowel Michelle Pfeiffer als John Malkovich! Van de ene minuut op de andere moest ik mijn kostuums omgoochelen en kwam ik in een nieuw karakter terecht. Dat was enorm spannend!” Maar… Bach als komedie? “Ik was van tevoren nogal ongerust omdat ik de muziek zo schitterend vind. Ik dacht: dat kun je niet maken, daar mag je niet aankomen. Maar ik was verbaasd toen ik het resultaat hoorde: juist omdat die muziek zo rijk is, zo verzadigd van zielsleven, is zij gek genoeg ook geschikt voor wereldse onderwerpen. Het pakte heel goed uit.”

Tot nu toe komt Neumann wel aan haar trekken wat Bach betreft. Ze zong eerder cantates bij het Koninklijk Concertgebouworkest en sinds drie jaar werkt ze mee aan een langdurig project in Zwitserland, waar alle Bachcantates op dvd worden opgenomen onder leiding van Rudolf Lutz, een uitgesproken specialist. Maar wat maakt Bach nu eigenlijk zo bijzonder voor haar? Ze heeft even de tijd na te denken terwijl er een vliegtuig overraast. “Die muziek is natuurlijk heel spiritueel… Ook als je twijfelt of je gelooft of niet… als je Bach zingt - tenminste dat is bij mij zo - dan geloof je in God. Omdat die muziek zó intens is dat je in God wílt geloven. Je voelt wat de componist heeft bewogen om die muziek te schrijven. Dat vind ik toch wel heel speciaal!” Ze kan een bevrijdende lach niet onderdrukken. “Anderzijds heeft Bach ook een instrumentale kant, die heel gezond is voor je stem. Je kunt even terug naar de basis, zonder te wapperen met die stem, gewoon puur coloraturen zingen.”

Terug naar de basis, ja. Maar een dogmatische vorm van authentieke uitvoeringspraktijk is niet aan Neumann besteed. “Ik sta open voor heel veel dingen, maar het zint mij niet wanneer mensen denken: het is toch duidelijk dat… of: iedereen weet toch dat… Daar heb ik zo mijn vraagtekens bij. Maar ik houd heel veel van het werken met oude muziekensembles omdat er meestal ontzettend goed gemusiceerd wordt. Het onderling muziek maken staat er centraal, vaak zonder dirigent, dus iedereen is alert. Dat kan omdat het kleine clubjes musici zijn die vaak lang met elkaar werken. Bij een opera heb je een groot orkest en iemand die zegt waar je langs moet, daar mis ik vaak het contact onderling. Dat directe contact met de musici is voor mij uitermate belangrijk. Dat is ook een reden dat ik zo graag Bach zing. En daarom ben ik ook reuze benieuwd naar dit project met het NNO, ik heb er echt heel veel zin in.”

Interview: Pepijn van Doesburg