3 oktober 2011
Op 12 en 16 oktober kunt u in Drachten en Groningen genieten van ‘A Night at the Opera’ met Spaans getinte aria’s en orkestwerken. Het programma staat onder leiding van één van de beroemdste operadirigenten ter wereld, Richard Bonynge. Jarenlang was hij verbonden aan de Metropolitan Opera in New York, Covent Garden in Londen, Scala in Milaan en het Sydney Opera House; echtgenoot bovendien van de inmiddels overleden sopraan Joan Sutherland.
Naast een dirigent van wereldformaat hoort uiteraard een soliste van wereldformaat te staan. Ook in die missie zijn we geslaagd: onze ‘huisvriendin’ Nelly Miricioiù laat u en ons weer van haar prachtige stemgeluid en indrukwekkende performance genieten. Deze Britse, in Roemenië geboren sopraan was de afgelopen jaren al drie keer bij ons te bewonderen en heeft hier inmiddels een omvangrijke fanschare opgebouwd. Grote namen als José Carreras, Plácido Domingo, Roberto Alagna en Alfredo Kraus stonden al aan haar zijde. Ze trad op in de grootste operahuizen, van Covent Garden tot de Wiener Staatsoper, La Scala, Bolsjoi en de Metropolitan Opera.
Twee jaar geleden was in haar overvolle agenda ineens even ruimte voor een interview voor ons magazine. Zo leerden we ook langs deze weg de gedreven en sympathieke artieste kennen die zij is. Daarom leek het ons een goed idee daaruit nog wat fragmenten aan u te laten lezen.
IK WORD MIJN ROLLEN
Over de aria’s die zij wereldwijd vertolkt, vertelde Nelly: “Ze zijn heel verschillend. Elk vertegenwoordigen ze een deel van mij. Ik kan niet zeggen welke mijn favoriet is. Het is net als met je eigen kinderen: je houdt van allemaal even veel. Wel gaat mijn voorkeur uit naar sterfscènes. Ik houd van drama, dat is een deel van mijn leven en mijn ziel. Maar ik kan mijn publiek natuurlijk niet met treurigheid overstelpen.”
In de programma’s die ze bij het NNO al heeft opgeluisterd en in ‘A Night at the Opera’ in oktober worden de aria’s afgewisseld met orkeststukken. Dat is ook nodig, legde zij toen uit. “Een aria is meer dan een mooi stukje zang. Bij elk stuk opnieuw moet ik in de juiste gemoedstoestand zien te geraken, in een soort trance. Ik wórd mijn rollen. Omdat de aria’s in stemming zo van elkaar verschillen, heb ik tussendoor tijd nodig om op adem te komen, los te laten en me over te geven aan de volgende rol. Ik ben geen mechanische zanger.”
CONTACT MET HET PUBLIEK
“Ik ben ervan overtuigd dat een concertante uitvoering van operadelen, ontdaan van decors en kostuums, even zo aantrekkelijk voor het publiek is als een volledige opera. De aria’s representeren op zichzelf al een scène, vertellen al een verhaal. Wie van muziek houdt, houdt van deze stukken, hoe kort zij ook zijn. Voor mijzelf brengt een recitalprogramma ook voordelen met zich mee. Ik sta veel dichter bij het publiek. Bij een recital vraag ik de technische mensen altijd om de zaal slechts half te verduisteren. Ik heb het nodig om de mensen in de zaal aan te kijken, om contact met ze maken. En daarbij: – laat ik eerlijk zijn – ik heb het publiek nu eens heerlijk voor mezelf! Ik hoef de aandacht niet te delen met andere zangers en het publiek kan evenmin worden afgeleid door theatrale effecten.”
SYMFONIEORKEST GEEFT MEER
Nelly deed nog een andere bekentenis en dat was dat zij zich liever laat begeleiden door een symfonieorkest dan door een operaorkest. “Voor een symfonieorkest is een opera zoiets als een nieuwe baby. Een symfonieorkest speelt de muziek met zoveel meer plezier. Dat heb ik ook bij het NNO al mogen ervaren. Zij kennen er meer waarde aan toe en geven meer. Vergeet niet dat een operaorkest altijd verscholen zit in de orkestbak, een soort bijrol vervult en daardoor meestal wordt genegeerd. Zij lijden in dat proces. Altijd maar weer opera, avond aan avond! Met een symfonieorkest direct achter en rondom mij heb ik bovendien een directer contact, er is interactie mogelijk. Daarnaast wortelt mijn voorkeur voor het symfonieorkest in mijn opvoeding. Lange tijd was ik voorbestemd om concertpianiste te worden. Daardoor voel ik me in instrumentale muziek sneller thuis dan voor een operazanger gebruikelijk is.”
VERGELEKEN MET CALLAS IN BESTE JAREN
Nelly is vanwege haar rijke kleurenpalet, lyrische kwaliteiten en warme stemgeluid door de vakpers vergeleken met Maria Callas in haar beste jaren. Dat is niet gering! “Maar ik laat me daar niet door van de wijs brengen. Zodra je zelf gaat geloven dat je goed bent, ben je verloren. In dit vak heb je elke dag opnieuw dat heilige vuur nodig dat je ertoe aanzet om te willen leren. Elke repetitie, elke voorstelling is een nieuwe berg die bedwongen moet worden. Je moet de bescheidenheid houden om je eigen stem als de stem van een kind te beschouwen, een stem die tot je laatste noot vatbaar blijft voor verbetering in techniek en stilering. Ik ben altijd hevig verward wanneer ik ergens als diva wordt behandeld. Als ik dat thuis vertel, zegt mijn man Barry: Maar je bént ook een diva! Het woord diva wordt al gauw verbonden met wispelturigheid en sterallures. Ik heb dat allemaal niet, maar toch wil ik een lans breken voor collega’s aan wie deze eigenschappen wél eens worden toegedicht. De operawereld is een harde, vluchtige wereld, huichelachtig soms en vol met ego’s die jou vertellen wat je moet doen en denken. Die omstandigheden en soms snoeiharde tot ongenuanceerde kritieken kunnen leiden tot wat men lastig gedrag noemt. Men lijkt dan te vergeten dat wij het meest kwetsbare instrument hebben dat bestaat: de stem. Maar neem van mij aan dat er geen artiest is die niet de beste wil zijn en die niet alles wil geven om zijn of haar publiek een fantastische avond te bezorgen. Ik ga ervoor.”



