21 maart 2011 - DvhN
En zo kwam er weer een festival ten einde. Om te bewijzen dat zijn muziek vele uitvoeringen verdraagt, konden wij anderhalve week Mozart horen in allerlei onvergelijkbare bezettingen. Het Mozartfestival werd in Groningen waardig besloten met de Kronings en de dodenmis, onder leiding van Stefan Vladar. Eerder dirigeerde hij al twee ouvertures en vanachter de vleugel de pianoconcerten nr. 20 en 23, dus hij zat er goed in. Toch ging de religieuze Mozart van zaterdag hem niet zo best af.
Als musicus staat Vladar bekend om de bravoure waarmee hij de oude meesters benadert; hij houdt van tempo, van actie. Dezelfde behandeling ondergingen de beide missen, die daardoor min of meer geagiteerd voor het voetlicht traden, alsof iemand ze te hard in de rug duwde. Het spreekt vanzelf dat de muziek hierdoor aan zeggingskracht inboette.
Overigens lagen de tempi niet bovenmatig hoog. De missen leden aan een ander euvel. Er zat veel te weinig rust en bovenal te weinig gevoel in de uitvoering. Te weinig godsbeséf ook, al mag je dat tegenwoordig haast niet meer zeggen.
Maar kerkmuziek gaat nu eenmaal over God, of je dat nu leuk vindt of niet. En een Dies Irae gaat over de Dag des Oordeels. Dan wil je als zaal iets van ontzag voor de gramschap van de Heere der Heer- scharen meekrijgen en niet van dat agnostische het-zal-wel, ook al is er muzikaal niets op aan te merken. Het Kyrie (Heer, ontferm u) werd keurig gezongen, maar dat was meteen ook alles wat erover viel te zeggen. Zo had Mozart dat, in het zicht van zijn dood, niet bedoeld.
Door Minke Muilwijk


