11 mei 2012 - Friesch Dagblad
Inleidingen, toelichtingen, Wikipedia, ze zijn overbodig als Stefan Asbury dirigeert. Hij kan het niet laten even een babbeltje met het publiek te maken als er de nodige changementen op het podium plaatsvinden. Eerlijk gezegd verneem ik de musicologische achtergronden liever tijdens inleidingen of in de toelichtingen of op Wikipedia. Dergelijke verhalen houden het concert alleen maar op, vooral als Asbury op dreef is. En dat was hij. Maar van de visie van de dirigent neem ik graag kennis.
Voor de suggestieve ouverture Manfred van Schunann had hij bijvoorbeeld een grote bewondering. Maar Tsjaikovski vond hij eigenlijk een veel professioneler componist. En om te begrijpen wat hij bedoelde hoefde je alleen maar goed te luisteren. Want met name de Pathétique werd door zijn transparante manier van dirigeren een open boek voor de grootste muzikale leek. In Tsjaikovski zorgde Asbury voor verrassingen met soms extreem zacht orkestspel en daarop volgende extra felle accenten. Misschien af en toe iets te analytisch voor een romantisch werk maar toch kreeg het iets meeslepends.
Solist in het pianoconcert van Grieg was Arthur Jussen die nu van de gebroeders Jussen aan de beurt was bij het NNO. Hij was een pianist die zich nogal liet gelden. Een neiging tot enige - tegenwoordig wat achterhaalde - bombast in de virtuoze passages was hem niet helemaal vreemd waar we nu misschien wat meer subtiliteit verwachten. En soms klonk het wat gekunsteld, vooral in de zangerige thema’s in het eerste deel. Gek genoeg beviel het langzame deel weer uitstekend.
Helemaal los kon hij in het laatste deel en hij vond Asbury daar aan zijn zijde qua mentaliteit. Het lange applaus lokte nog een toegift uit. We zeggen niet welk stuk. Dat moet voor Leeuwarden (vanavond) nog een verrassing blijven.
S. van Ek


