24 januari 2011 - Leeuwarder Courant
Een paar slokken water. En wat nekoefeningen. Meer had Patrick van Goethem niet nodig om zijn stem weer in conditie te brengen.
Onderweg in Pergolesi’s roemruchte Stabat Mater, een slank bezet werk uit de barok over Maria bij het kruis van Jezus, kreeg deze countertenor steeds meer intonatieproblemen in het hogere register. Maar hij had de oplossing en wist samen met zijn vocale medestander, de rank en strak klinkende sopraan Katherine Fuge, een meesterlijke uitvoering te geven waarin het tweetal parallelle vocale passages prachtig liet samensmelten door qua klank goed bij elkaar in de buurt te blijven.
Prachtige buigzame stemmen waren het die voortreffelijk aansloten bij de artistieke visie van Florian Heyerick. Onder zijn directie wekte het Noord-Nederlands Orkest de suggestie een door de wol geverfde barokformatje te zijn, waarvoor Pergolesi en de eveneens geprogrammeerde Avison, Conti en Zappa geen geheimen meer hebben. Alles sprankelde en schuimde.
Alleen de vioolsoli in de cantate ‘Languet anima mea’ van Conti klonken een fractie minder elegant dan de andere bijdragen, inclusief die van de sopraan. Het aanvankelijk wat plakkerige solistische cellospel in een symfonie van Zappa voegde zich later gelukkig wel naar de barokke klank van het orkest. Het programma zat overigens slim in elkaar: drie nagenoeg vergeten componisten die op de een of andere manier toch weer een schijnwerper op zich gericht kregen (Francesco Zappa nota bene werd herontdekt door naamgenoot en popgigant Frank Zappa). En een jonggestorven componist — Pergolesi overleed op zijn zesentwintigste — die na zijn dood zo populair werd dat er veel meer werken aan hem werden toegeschreven dan hij in zijn korte leven ook maar had kunnen componeren.
Rudolf Nammensma


