28 november 2011 - De Telegraaf
Twee regionale symfonische gezelschappen presenteerden zich met hun nieuwe chef-dirigent. Bij het Gelders Orkest in Arnhem was het Antonello Manacorda die vrijdagavond officieel aantrad. In Groningen dirigeerde Stefan Asbury zijn eerste stevige programma als chef van het Noord-Nederlands Orkest (NNO). Nieuwe vastigheid in onzekere tijden.
Nederland kende Asbury al langer van gastoptredens, onder meer bij het Concertgebouworkesten het Asko-Schönberg. De dirigent wordt meestal gevraagd voor minder courante artikelen. Ook het Noord-Nederlands Orkest zal hem mede hebben gekozen om zijn avontuurlijke instelling. De nieuwsgierigheid kreeg in Groningen een gezicht via het Stabat Mater (2008) van Arvo Pärt, dat kon rekenen op een even fijnzinnige als ontroerende uitvoering, met dank aan de professionele koorbijdrage van Capella Frisiae.
De grote verrassing was, dat de nieuwe chef zijn gezag ook overtuigend aan repertoirestukken wist te verbinden. Het voorspel en de ‘Liebestod’ uit Wagners Tristan und Isolde zaten vol romantische geheimenis. Met knap op spanning gehouden rusten bewees de dirigent dat in stilte de mooiste muziek kan schuilen. Asbury’s omgang met delen uit Prokofjevs balletmuziek Romeo en Julia was niet minder dan een sensatie. Schijnbaar moeiteloos ontlokte hij transparantie en heldere kleuren aan het orkest, en met zijn goudeerlijke aanpak sleepte hij in perfecte doseringen theater uit de partituur. Zo goed hoorden we dit orkest zelden spelen.
Na afloop applaudisseerden ook de musici voor de nieuwe chef en iedereen stond erbij te glimmen. Jammer dat De Oosterpoort voor amper meer dan de helft.gevuld was. Groningen heeft nog iets om te ontdekken.
De collega’s van het Gelders Orkest hadden uitzicht op een vrijwel uitverkocht Musis Sacrum. Ook zij staken het enthousiasme over hun nieuwe chef niet onder stoelen of banken. Manacorda, de Italiaan die ooit viool studeerde bij Herman Krebbers en met Claudio Abbado het Gustav Mahler Jeugdorkest oprichtte, gaf zijn visitekaartje af met de Zevende symfonie van Mahler. Dat klonk niet gek, zelfs op de achterste rij van het frontbalkon. Nergens is de afstand tot het podium zo groot en zo voelbaar.
Manacorda gaf blijk van affiniteit met Mahlers idioom. Wat eenmaal liep, liep doorgaans goed. Toch bleef er genoeg te wensen over. De dirigent had de musici met drukke bewegingen zo stevig in zijn greep, dat het technische een voorsprong nam op de zeggingskracht. Stemmingswisselingen vroegen om meer samenhang, naar een duiding van de noten bleef het nog te vaak gissen.
Uiteraard mag een nieuwe chef niet worden afgerekend op zo’n veeleisende, avondvullende kolos. In een sfeer van wederzijds aftasten werd ook hier een knappe prestatie geleverd. Op naar de toekomst.
Thiemo Wind


