sluiten
Meer Recensies
'A Night at the Opera'
12 oktober 2011 - De Lawei
» meer informatie over dit concert
recensie

De trucendoos van Nelly Miricioiù

13 oktober 2011 - Leeuwarder Courant

Tom Poes verzin een list. Dat moet sopraan Nelly Miricioiù gedacht hebben toen ze erachter kwam dat haar stem in de hogere regionen sleets begon te raken. Woensdagavond bij het Noord Nederlands Orkest kon men zo te horen ervaren welke slimmigheden de diva zoal heeft bedacht om haar houdbaarheidsdatum toch nog iets op te rekken. Repertoire kiezen dat eigenlijk bedoeld is voor een lage sopraan of een mezzo is daar een van.

Dat verklaarde de Habanera uit ‘Carmen’ en ‘Pleurez, pleurez mes yeux’, aria’s waar collega Maria Callas decennia geleden ook bij uitkwam. En dan - nog een handigheidje - overgaan op sterk articuleren tijdens hachelijke melodische lijnen, zodat die niet in de lucht hoeven te worden gehouden. De verstaanbaarheid werd er niet beter op, maar de Miricioiù, die ooit tot diva van de VARA-matinee werd gebombardeerd, had het hierdoor wel een stuk makkelijker. En dan repertoire kiezen, waarbij het niet zo nauw steekt. Twee populaire liederen van Tosti bijvoorbeeld en ‘Il bacio’ van Arditi. Veilig toegiftenrepertoire. Applaus gegarandeerd bijna.

De aanwezigheid van Richard Bonynge, weduwnaar van de Australische stersopraan Joan Sutherland, heeft de Roemeens-Engelse Miricioiù zeker geholpen. Hij heeft Sutherland, toen haar stem veel van zijn schoonheid had verloren, veilig en wel naar drie afscheidsvoorstellingen geloodst. Maar wie deze beluistert zal daar op zijn minst beter gecompenseerde pijnlijke momenten in aantreffen dan in het optreden van Miricioiù.

De hoge noten in de Bolero uit ‘I vespri Siciliani’ en ‘Tu che la vanità’ uit ‘Don Carlo’, beide van Verdi, waren merkbaar een zaak van op goed geluk, waarbij nog een truc om de hoek kwam kijken: in hoge passages gas terugnemen of juist veel gas bijgeven. Overschakelen op zacht of juist hard en er het beste maar van hopen. In veel gevallen ging dat goed, maar mooi is anders.

De toegift — ‘La chanson de Vilya’ — uit de Franse versie van ‘Die lustige Witwe’ klonk vrij acceptabel. Dit in tegenstelling tot haar abominabel geïntoneerde openingsnummer ‘Casta diva’ uit ‘Norma’, dat nauwelijks was voorzien van spanningsbogen en de vraag opriep of ze onvoldoende had ingezongen of dat haar stem echt niet meer belcantowaardig is. Of beide.

Het NNO speelde veerkrachtig en haalde na een trieste aria de mondhoeken weer omhoog met vrolijke balletmuziek of een ouverture, repertoire geknipt voor een Nieuwjaarsconcert. Bonynge maakte het de musici in ieder geval niet echt lastig.

 


Rudolf Nammensma