4 juli 2008 - Dingeman van Wijnen, Friesch Dagblad
Je zit er droger, in het Amsterdamse Concertgebouw, dat wel. Maar qua verhoudingen doet de Groningse Vismarkt wel wat aan ’s lands beroemdste concertzaal denken. De akoestiek was dan ook prima, gisteravond, tijdens de half-scenische uitvoering van Verdi’s La Traviata door het Noord Nederlands Orkest (NNO) onder leiding van Jan Willem de Vriend. Al blijft staan: in het Concertgebouw zit je wel droger.
De nattigheid werd voor het publiek wat opgevangen doordat onder elk van de 2500 stoelen een ponchootje lag. De zangers zagen in de eerste akte af van het acteren op de zijkanten van het toneel, om niet al te nat te worden. Maar al spoedig gingen ze dat kennelijk toch jammer vinden van de zorgvuldig ingestudeerde regie. Dan maar nat. Een uitgangspunt dat de overtuigingskracht van deze opera-uitvoering zeker ten goede kwam.
Herman van Veen zong er al over, over de goede ouwe tijd dat de mensen zelf nog zongen en niet naar Hilversum 3 luisterden. Waar zong men van? Van Paljas en Jeruzalem. Opera en kerk. Nog steeds zijn dat zaken die de menselijke zangstem in beweging zetten, het geloof en de liefde. In Verdi’s Traviata is het de liefde - zoals meestal in de opera. Maar bij Verdi is het geloof nooit ver weg. Als aan het slot van de opera Violetta sterft, is het voor allen duidelijk dat ze opgenomen wordt tot God, en ze verklaart ontroerd dat ze in de hemel voor haar Alfredo en zijn geluk zal bidden.
Voor het zover is, zijn er al heel wat emoties langsgekomen. Dat is Verdi wel toevertrouwd. De rol van Violetta is daarbij geen gemakkelijke. De wereldse courtisane in Parijs en de geliefde die in alle eenvoud van haar beminde Alfredo houdt, maken tenslotte plaats voor het stervende slachtoffer van het noodlot. De Violetta bij het NNO, Julia Novikova, maakte er in Groningen een glansrol van. Alfredo (Roman Shulackoff) was geheel tegen haar opgewassen. Deze beide rollen dragen de opera en dat deden de beide zangers gisteren met verve.
Dirigent Jan-Willem de Vriend leidde het NNO en het Noord Nederlands Concertkoor, dat door Louis Buskens was ingestudeerd, op de van hem vertrouwde energieke manier. Het is altijd een lust om hem te zien dirigeren: het enthousiasme straalt ervan af, maar het is allemaal volkomen natuurlijk en nooit overdreven.
De regie van Eva Buchmann kwam als gezegd door de regen wat in de knel, maar wist ondanks die tegenslag goed te overtuigen. Het koor bewees opnieuw wat een boffers we in het Noorden zijn met deze tak van het NNO. En het orkest ondersteunde alles op voorbeeldige wijze.
Er waren maar weinig mensen thuis gebleven vanwege de regen. Gelijk hadden ze. We hielden het niet droog op de Vismarkt, maar het deed voor het Concertgebouw niet onder.




