sluiten
Meer Recensies
Brahms' Derde
26 november 2010 - De Harmonie
» meer informatie over dit concert
recensie

Dirigent Tabachnik oogst wat hij heeft gezaaid bij het NNO

29 november 2010 - Friesch Dagblad

Chef-dirigent Michel Tabachnik liet er geen gras over groeien. Nauwelijks was het applaus dat hij ter verwelkoming van het publiek kreeg afgelopen of hij hief al zijn dirigeerstok ten teken dat hij wilde beginnen. En die stok ging ook met een omlaag om het orkest in werking te stellen. Gen meditatieve minuut stilte vooraf zoals sommige dirigenten doen om zich te concentreren. Geen lange pauze om het orkest in staat te stellen klaar te zitten en een zekere spanning op te bouwen, voordat men los kon gaan. Het Noord Nederlands Orkest (NNO) is dat blijkbaar wel gewend, want het zal al heel alert in de starblokken.

Sonoor koper en warme strijkers zetten meteen de toon in De Woudduif, opus 110 van Dvorák. Later completeerden fraai de houtblazers het geheel. Het was van begin af aan duidelijk dat we te maken hadden van een bijzonder rijke verklanking door het NNO van dit symfonisch gedicht. En beeldend was het ook. We volgden bij wijze van spreken even huilend en jammerend als de weduwe de doodskist in de treurmars. En we werden feestelijk deelgenoot van het huwelijk van de weduwe met de mooie jongeman en waren tot slot getuige van het droevige lied van de woudduif dat resulteerde in het tragische einde van de vrouw.

Perfectioneren

De opbouw van De Woudduif is episodisch en dus wat fragmentarisch en weinig doorgecomponeerd. De kunst is van de som wat meer te maken dan de afzonderlijke delen. De strategie van Tabachnik was om de afzonderlijke delen te perfectioneren, zodat het met de som automatisch wel goed zat.

Een wat hechter doortimmerd geheel was de Derde symfonie van Brahms, de andere symfonische kolos die het NNO speelde. Maar ja, Brahms was nu eenmaal een groter vakman dan Dvorak. Beide hadden geen gebrek aan melodische invallen. Maar Brahms kon die verwerken tot een groots symfonisch bouwwerk. Zij symfonieën staan als een huis en de derde is daar geen uitzondering op.

Ik kreeg de indruk dat Tabachnik vooral aan de architectuur werkte en voorbij ging aan het feit dat het publiek een meeslepende uitvoering wenste. Hij wilde blijkbaar oogsten wat hij op de repetities had gezaaid en tevoorschijn komen met een degelijke symfonie.

Het werd niet een vertolking die het moest hebben van de inspiratie van het moment. Je zag dat ook aan zijn manier van dirigeren: die was consequent. Daardoor bleef de geest van dit prachtige werk een beetje in de fles.

Volksliedjes

Een uiterst open orkestratie en de veeltaligheid maken van de volksliedjes die Luciano Berio bewerkte, voor iedere zangeres een lastige opgave. Amper begeleid staat de zangeres in deze liederen kwetsbaar voor het orkest. Cora Burggraaf had de essentie van de Folks Songs goed begrepen waarbij haar geschoolde stem het middel was en niet het doel. Ze zong ze met een ontwapende eenvoud, precies zoals volksmuziek behoort te worden vertolkt.


 

S. van Ek