16 september 2011 - DvhN
Het laatste akkoord van de Symfonische Dansen van Rachmaninov was nog niet uitgeklonken of Stefan Asbury draaide zich al met gespreide en geheven armen naar het publiek om vervolgens een juichend applaus te krijgen. Dat was helemaal terecht, want zijn eerste concert als chef-dirigent van het Noord Nederlands Orkest had niet eclatanter kunnen eindigen.
De Symfonische Dansen zijn niet alleen Rachmaninovs laatste werk, maar waarschijnlijk ook zijn beste stuk voor orkest en zo klonk het ook. Niet alleen de soms oer-Russische melodieën — de saxofoon in de eerste Dans — kregen hun waarde, aan de orkestrale kleuren en de verdraaid lastige ritmiek werd ook alle recht gedaan. Zo zetten Asbury en zijn orkest een energiek opgeladen en dramatisch effectief brok muziek neer dat nog wel een tijdje in de herinnering zal blijven hangen.
Wat daarvoor was gebeurd had minder gewicht. Diepenbrocks ouverture De Vogels is met zijn kwetterende blazerspartijen een aardig stuk, maar het is eigenlijk nogal snel door zijn ideeën heen. Natuurlijk is het mooi dat violiste Emmy Verhey haar vijftig jaar op het podium bij het NNO viert en samen met cellist Godfried Hoogeveen en pianist Paul Komen het zelden gehoorde Tripelconcert van Beethoven uitvoert. Die zeldzaamheid is begrijpelijk, niet alleen wegens de solobezetting. Erg geïnspireerd was Beethoven toen niet, maar nu had de conversatie van het solotrio ook wel wat exuberanter mogen zijn en Verhey had haar stem ook meer mogen verheffen. Het korte langzame deel kwam er door zijn intieme sfeer het beste af.
Door Paul Herruer


