24 april 2009 - Paul Herruer, Dagblad van het Noorden
In kleine bezetting heeft het Noord Nederlands Orkest driemaal de barok en klassiek verkend terwijl een groot deel van de musici bij de Nationale Reisopera speelt. Dertien strijkers, maximaal vijf blazers en een klavecimbel plus theorbe voor het barokke telden we bij de derde keer, met ten tweeden male Stafan Vladar als dirigent en nu ook als pianosolist. Het is economisch en past bij het historisch verantwoord musiceren, en even economisch stonden er nu twee componisten op het programma die dit jaar herdacht worden: Haydn en Purcell. Voor Koninklijke Oren heet deze combinatie met Charpentier en Mozart erbij overigens, maar alleen de Abschiedssymphonie van Haydn is voor — slechts — prinselijke oren geschreven. Hoe dan ook zat er bij het eerste concert oneconomisch weinig publiek. Bij de Suite uit King Arthur van Purcell was evident dat het NNO veel werk gemaakt heeft van stijlbewust spelen — mogelijk dankzij barokspecialist Johannes Leertouwer als concertmeester. Het klonk hier en daar wat schools, maar deed ook verlangen naar de rest van Purcells semi-opera waarvan dit zo’n klein deel is. Een klein deel uit een groter geheel zijn ook de vier sfeervol fluisterende minuten slaapmuziek in Nuit van Charpentier, die uit een kerststuk komen. Ze klonken heel goed, niks schools aan. Met Vladar in een dubbelrol ontstond een goede dialoog tussen solist en orkest in het Jeune Homme-concert van Mozart. Sommige orkestfrasen hadden iets gaver gekund en Vladar had geen optimale concertvleugel, maar de onopgesmukte eerlijkheid van het geheel overtuigde zeker. De verrassingen van het stuk — zoals het in de finale ingevoegde menuet — waren zonneklaar. Ook de verassingen van de Abschiedssymphonie met haar druppelsgewijs weglopende musici waren er, misschien soms wat bedeesd in strijkers- klank en met wat intonatieproblemen in de blazers. Omdat het voor een leeggelopen podium raar applaudisseren is, werd de chaconne uit de Suite van Purcell als toegift gespeeld.


