4 maart 2011 - Leeuwarder Courant
Een gloedvolle vertolking, met accurate, synchroon lopende korte strijkers-bewegingen en heroïsch koper, dat zich gaandeweg steeds beter in het geheel voegde.
Dat was de uitslag gisteren bij het Noord Nederlands Orkest, na afloop van de Achtste Symfonie van Antonin Dvorâk onder Stefan Asbury. Hij wist de kleuren en de dynamische schakeringen in dit werk prachtig tegen elkaar uit te spelen.
Dvorâk veerde, ademde hier en daar folklore en leek inderdaad het verhaal te vertellen, dat er helemaal niet was. Wie hiervoor was gekomen, had een mooie avond. Ook in het aan het programma toegevoegde werkje, Hongaarse schetsen van Béla Barték, pakte het NNO overtuigend uit. In het deeltje ‘Ietwat aangeschoten’ creëerden Asbury en de zijnen een fijn weefsel van zenuwachtige strijkersklanken.
En dan het Vioolconcert van Johannes Brahms in de vertolking van de Duitse Antje Weithaas. Wie voor pit, opzwepende effecten of visie en diepgang kwam, had het beter kunnen treffen.
Weithaas zocht het vooral in verfijning en verleende hiermee het concert een Mozart-achtige glans. Haar pose — oogcontact zoeken met de dirigent en zich in zijn richting buigen — leek veel op die van de jong gestorven Ginette Neveu, een violiste die juist ging voor de emotie in het vioolspel.
Weithaas koos een andere invalshoek, fraseerde fraai en ook al kleurde haar instrument mooi bij het orkest, ze had in haar kunstige spel best wat meer spierballen mogen tonen.
Rudolf Nammensma


