sluiten
Meer Recensies
De achtste van Bruckner
3 april 2011 - De Harmonie
» meer informatie over dit concert
recensie

Een symfonie van grote allure

4 april 2011 - Friesch Dagblad

Alle verloven van het NNO waren ingetrokken. De Achtste Symfonie van Bruckner stond op stapel en daar zijn meer dan negentig musici voor nodig: een groot strijkersapparaat, harpen, acht hoornisten waarvan vier ook de Wagnertuba moeten bespelen, een complete set houtblazers en een kopersectie op volle sterkte plus tuba. Het enige waar Bruckner op bezuinigde was het slagwerk. Hij kon toe met één paukenist (naast een schaars ingezette bekkenbespeler en een triangelbespeler) maar hij is onontbeerlijk voor het verlenen van die extra toets van grandeur in de formidabele climaxen. Het orkest zat eigenlijk al in rudimentaire vorm op het podium tijdens de Vier letzte Lieder van Strauss. Voor Bruckner hoefden alleen twee extra harpen worden ‘bevrouwd’ (want dit instrument is nog altijd bijna exclusief voorbehouden aan het vrouwelijke geslacht). Verder waren er wat logistieke aanpassingen zoals een houder voor de Wagnertuba’s die naast de hoornisten rechtop voor het grijpen stonden en een bankje om de hoorns op te leggen als er van instrument moest worden gewisseld.

De Achtste Symfonie was de symfonie waardoor Bruckner aan het twijfelen sloeg vanwege een ongelukkige opmerking van Levi die niet veel begreep van dit buitensporig lange werk. Het gevolg was dat Bruckner in zijn laatste jaren zijn symfonische werk grondig aan een herziening onderwierp. Deryck Cooke gaat zo ver te beweren dat hierdoor zijn Negende niet af is gekomen en er zelfs een tiende symfonie had kunnen ontstaan als hij deze herzieningen niet had gepleegd. Merkwaardig genoeg vond Cooke ook dat de herziene versie van 1890 de beste was. Zowel Nowak als Haas hebben zich in hun uitgaven gebaseerd op deze versie. Haas heeft echter ook veel ontleend aan de oorspronkelijke van 1887. In het programmaboekje stond slechts dat het NNO ‘versie 1890’ ging spelen maar niet welke editie. Ik heb daarom zelf maar wat onderzoeksjournalistiek gepleegd en in de pauze enkele musici aangeklampt. Tot mijn verbazing wist niemand welke versie zou worden gespeeld. Uiteindelijk gaf een blik in de partituur op de lessenaar van de dirigent uitsluitsel: Nowak, waarschijnlijk tot groot ongenoegen van de bekkenist die in deze versie een paar keer minder mag slaan en hij zit toch al gedurende vrijwel de gehele tachtig minuten die het werk duurt met de armen over elkaar.

Ja, tachtig minuten duurt dit werk. Waar het orkest de energie vandaan haalde weet ik niet - je zou haast denken aan collectief dopinggebruik - maar tot het laatste werd er met een enorme inzet gemusiceerd. Chef-dirigent Tabachnik kon meer dan tevreden zijn. Zijn inspanningen werden beloond met een symfonie van een grote allure die eigenlijk te kort leek, In Strauss hadden we al een voorproefje gehad van superieur laatromantisch orkestspel. Jammer dat Lisa Larsson wat ondergesneeuwd raakte door deze heerlijke Straussiaanse klanklawines. Ook jammer dat haar voordracht van de liederen niet bepaald uitblonk door expressiviteit.


 

S. van Ek