12 oktober 2010 - DvhN
Mogelijk heeft Michel Tabachnik bij het eerste concert van zijn laatste seizoen bij het Noord Nederlands Orkest met verwondering de zaal ingekeken. De publieke belangstelling was niet overweldigend, in Groningen niet en in Drachten al helemaal niet. Houdt het noordelijk orkestpubliek te weinig van Debussy en Strauss, of wil het behalve een gloriërend orkest ook een toejuichbare solist erbij?
Want gloriëren deed het NNO, allereerst in de opeenvolging van de Prélude â l’après-midi d’unfaune en La Mer. Dat is mogelijk iets te veel van die lastig grijpbare Debussy bij elkaar, maar wel van hoog esthetisch niveau. Tabachnik houdt zoals elke Franstalige dirigent overduidelijk van deze muziek, maar ook van Strauss. Dat bewees hij met Ein Heldenleben waarin het luide precies goed van proportie was.
Debussy en leeftijdgenoot Strauss op een programma lijkt een notenstrijd van Franse verfijning versus Teutoons getoeter, maar dan vergeten we de slanke en lyrische momenten in Ein Heldenleben. Daaromheen is Ein Heldenleben ook nog een demonstratie van wat je met orkestratie en het vervlechten van muzikale ideeën kunt doen.
Door Paul Herruer


