21 maart 2011 - Friesch Dagblad
Van het NNO-Mozartfestival, dat zich vooral in Groningen afspeelt, pikken we in Fryslân enkele graantjes mee, en een van die graantjes was het NNO-concert onder de titel De religieuze Mozart. Dirigent in De Lawei in Drachten was Stefan Vladar die in de informatie van het orkest werd geïntroduceerd als iemand die het Noord Nederlands Orkest (NNO) laat spelen in een ,,meer historische benadering”.
De vraag is dan natuurlijk meteen waar dat uit valt op te maken, die historische benadering. In de beginjaren van de zogenaamde authentieke beweging leek het oppervlakkig gezien soms vooral te gaan om het tempo waarin de muziek werd uitgevoerd. Matthäus Passionen werden met stopwatches aan beluisterd om te zien of er een nieuw snelheidsrecord werd gevestigd. Een op zich onzinnig criterium, al was een snellere uitvoering vaak wel het verfrissende gevolg van de bestudering van de oorspronkelijke uitvoeringswijze.
In Stefan Vladars benadering van Mozart sprong ook het tempo er uit: gemiddeld behoorlijk snel. Maar dat leek nauwelijks onderdeel uit te maken van een doordacht geheel van authentiek musiceren, waarin de muzikale taal van Mozarts tijd werd ingezet om zijn muziek tot leven te brengen. De muziek klonk fraai, en afgezien van een paar ongelijkheden liep alles goed, maar in feite waren het juist de wat minder historisch verantwoorde momenten die indruk maakten, zoals de lang aangehouden, stevig neergezette slotnoot van het Kyrie uit het Requiem.
De musici waar Vladar over kon beschikken waren van prima niveau en pasten goed bij zijn muzikale uitgangspunten. Het NNO en zijn eigen koor worden gevormd door musici en zangers die hun vak verstaan en zich uitstekend voegen naar de wensen van de dirigent. Koordirigent Louis Buskens deed Mozarts Requiem niet voor het eerst. Had hij het zelf gedirigeerd dan zouden er vast wel wat andere accenten geklonken hebben. Maar de voorbereiding was prima en zowel de Kröningsmesse van voor de pauze als het Requiem erna kwamen goed uit de verf.
De vocale solisten brachten vocale kwaliteit mee, die zich evenals het concert als geheel kenmerkten door schoonheid van klank, meer dan helderheid van betogende kracht. Wie muziek van voor 1800 het liefst ervaart als een verhaal dat in klanken verteld wordt, kwam toch wat te kort. Maar dat is nu net de zin van een festival - verschillende benaderingen van een componist scheppen een genuanceerd beeld, en de luisteraar kan zijn keuze maken. De vijfhonderd bezoekers in De Lawei hadden zeker wel reden tevreden huiswaarts te keren. De meer uitgesproken visies kwam tijdens andere festivalconcerten aan bod.
Dingeman van Wijnen


