4 april 2009 - Paul Herruer, Dagblad van het Noorden
Terwijl het grootste deel van het Noord Nederlands Orkest meewerkt aan een productie van de Nationale Reisopera, speelt de rest — in kleine bezetting en met aanvulling van buiten — een programma dat in de Lijdenstijd wordt uitgevoerd. Maar het Lijden ontbreekt: de Mis voor Kerstnacht van Charpentier refereert natuurlijk aan de Geboorte, maar het Requiem van Mozart gaat alleen in het algemeen over de Dood.
Charpentiers Messe de Minuit de Noël — grotendeels gebaseerd op polyfoon gezette kerstliedjes —vormde een aardig voorafje bij Mozart. Het is een bekoorlijk werkje, met strijkers, blokfluitjes en een orgeltje dat variaties op de liedjes mag spelen en maar liefst vijf solisten voor korte bijdragen. Helemaal Frans barok is het niet geworden: er soleerde bijvoorbeeld een alt waar dat bij Charpentier een hoge tenor was. Interessant is de versie van het Requiem, waarin de Amsterdamse muziektheoreticus Clemens Kemme - niet als eerste — nogal wat veranderd heeft aan de delen die door Mozarts leerling Süssmayr zijn voltooid; instrumentaties zijn geretoucheerd en compositorische fouten verbeterd. Ook heeft Kemme de fuga van het Osanna uitgebreid en het Benedictus ingekort en dat zijn beide zonder meer verbeteringen. Het klinkt allemaal volkomen overtuigend en vanzelfsprekend, ook al missen sommige orkestleden de loopjes die ze in de ongeretoucheerde versie wel spelen.
Gastdirigent Johannes Leertouwer zorgde voor een stijlbewuste en gedecideerde aanpak, met goede vocale soli en een doorzichtig orkest. Bij het Noord Nederlands Concert- koor had toonvorming in de bassen helderder mogen zijn en het vibrato van sommige sopranen moet weggestreken worden.


