11 maart 2011 - Leeuwarder Courant
Het grootste gedeelte van de maand maart staat bij het Noord Nederlands Orkest in het teken van Mozart. Volgende week staan de pianoconcerten centraal en de week daarop de religieuze Mozart met de Kronungsmesse en het Requiem. Donderdagavond was onder leiding van dirigent-violist Joan Berkhemer ‘ De charmante Mozart’ aan de beurt.
Berkhemer, die volgens het programmaboekje niets heeft met de hedendaagse uitvoeringspraktijk van bijvoorbeeld Harnoncourt, liet dit de gehele avond - of hij nu dirigeerde of viool speelde - in zijn opvatting duidelijk doorklinken.
Vlees en bloed leek het motto, speelvreugde en ferme aanpak, nergens petieterige pianissimi en vibratoloze fraseringen. Deze aanpak is zeker voor een vrij groot orkest als het NNO te verdedigen en pakte niet slecht uit.
Dat er zich samenspelproblemen voordeden lag niet aan de gekozen uitvoeringspraktijk maar aan de muzikale leiding in het algemeen. Zowel in de ouverture van Le nozze di Figaro als in de Sinfonia Concertante voor blazers was er te weinig ruimte voor het uitspelen van de frases. Het klonk onrustig en haastig, ook bij de solisten uit eigen gelederen. Een hecht samenspel kwam ook door de weinig ideale opstelling van de eerste violen niet geheel uit de verf. En onderling waren er, met name tussen de hobo en de rest, problemen met klankkleur en balans.
Na de pauze speelde de violist Berkhemer solo in een Adagio en Rondo. Ook hier weer met een romantisch, stralende warmbloedige toon die nog het meest deed denken aan een opname van I Musici uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Berkhemer verdeelde hier zijn aandacht tussen het spelen en het leiden van het orkest, een versnippering die beide taken niet ten goede kwam.
Het eerste Mozartfeest werd afgesloten met de Linzer Symfonie uit 1783. Ook hier volledig consequent een groot orkest met goed spelend hout en koper, maar wel erg rechtdoor met weinig rust en ruimte voor de melodische lijnen. In het erg boertige menuet met een nog langzamer trio werden de verschillen in opvatting over het tempo tussen Berkhemer, de concertmeester en de eerste hoornist nogmaals duidelijk.
TJITTE DE VRIES


