24 september 2011 - DvhN
Na het force majeure van Verdi’s Noodlot keerde dirigent Stefan Vladar zichtbaar verheugd terug op het podium met Magda Amara. De Russische pianiste bleek een lange, slanke, elegante verschijning, die Tchaikovsky’s befaamde eerste pianoconcert de benodigde grandeur meegaf, waar nodig ingelegd met fijngevoeligheid.
Toch was het genoegen van deze uitvoering niet onverdeeld. Niet alleen maakte Amara een al te overvloedig gebruik van het rechterpedaal, ook ontstond er geen discours tussen solist en orkest. Wat vreemd is, gezien het feit dat Amara nog bij Vladar in Wenen heeft gestudeerd. Dan moet je elkaar toch wel enigszins hebben leren kennen, zou je zeggen. Je hoorde het er in elk geval niet aan af: er kwam geen verhaal, geen lijn in de uitvoering je moest het drie delen lang doen met mooie details.
Het echte genieten kwam pas na de pauze. Wanneer je Shostakovitsj hoort, dan is de Sovjet-Unie plotseling weer heel dichtbij. Het verschrikkelijke lijden dat van staatswege werd verordonneerd en door de kunst overschreeuwd diende te worden, dat hoor je altijd op zijn scherpst in zijn muziek, in de weemoedsvolle tararaboemdijees, felle ritmes en tragische tournures van zijn strijkkwartetten, zijn koorwerken en zijn symfonieën.
Shostakovitsj zocht de menselijke maat en was deswege niet in staat tot het componeren van ideologische ronkmuziek. Zo is zijn negende symfonie, na de oorlogsherrie van zijn achtste, opnieuw bijzonder onheroisch. Wel weer opzwepende kermismuziek, gelukkig: zijn negende klinkt beurtelings onthechten krachtig, en vilein op de rand van de afgrond.
Daarbij is het heerlijke muziek om naar te luisteren, temeer daar het NNO al die nuances zo fraai liet horen. Telkens kierde er hoempapa door een voorhang van weemoedigheid. Je zag als het ware het a-muzische conterfeitsel van Stalin erachter, die van zulke twijfelachtig aangeschoten mineurakkoorden natuurlijk niets moest hebben. Er werd een verhaal verteld, een treurige historie met navrante details en een happy end (onder voorbehoud).
Door Minke Muilwijk


