17 november 2008 - Paul Herruer, Dagblad van het Noorden
Het Dagboek van iemand die verdween van Janáček en de korte opera Hertog Blauwbaards Burcht van Bartok worden betrekkelijk zelden gespeeld. Het Noord Nederlands Orkest bracht ze samen in semi-scenische uitvoeringen met gebruik van filmprojectie en dat leverde een programma op om U tegen te zeggen. De stukken - beide van rond 1919 -- vullen elkaar aan: het Dagboek is een scenische cantate over een liefdesidylle van een boerenzoon en een zigeunermeisje met een vrouwenkoortje op de achtergrond, Hertog Blauwbaard een klein noodlotsdrama tussen man en vrouw. Bij Bartok is alles kerkerachtig van kleur op het moment na dat Blauwbaards nieuwe vrouw Judith zijn rijk aanschouwd en de muziek pompeus en bijna banaal gaat psalmodiëren. Janáček blijft poëtisch, ook in een idiomatische twintigmans instrumentatie van Geert van Keulen, die kloeker klinkt dan de oorspronkelijke pianobegeleiding. Het NNO had heel goede zangers aangetrokken voor beide werken: de uitstekende tenor Peter Hoare en mezzo Carla Burggraaf voor Jankek: de bekende bas Jonathan Lemalu en de jonge sopraan Martina Prins voor Bartok. Dat Hoares hoge c’s aan het einde niet helemaal overtuigden en Burggraaf eigenlijk iets te licht van timbre is deed daarna niets af: Lemalu en Prins waren in Bartok volkomen op hun plaats, alleen liet Michel Tabachnik het vol bezette orkest soms zo ruim uitpakken dat de zang een beetje werd weggedrukt. De aankleding bleek sober en effectief: met een van onderen verlicht klein speelvlak en illustrerende filmprojecties in een expressiomstisch zwart- wit patina. De kostuums waren telkens roodachtig en er was een aardige visuele echo tussen de bleke blote voeten van Hoare en de bleke blote armen van Prins. In artistiek opzicht bleef weinig te wensen over, maar jammer genoeg was er geen boventiteling. De meegeleverde teksten waren in de donkere zaal onleesbaar en de proloogtekst van Blauwbaard werd geprojecteerd in erg vage lettertjes.


