24 januari 2009 - Minke Muilwijk, Dagblad van het Noorden
Schuberts Vijfde Symfonie en Mendelssohns Midzomernachtsdroom geven samen wel zoveel bekende wijsjes dat je de neiging tot stiekem meeneurieen steeds krachtig moest onderdrukken. Bij dit feest der herkenning was de wat vlakke uitvoering van Schuberts symfonie het enige minpunt. Er was allegro na andante na menuetto zozeer niets op aan te merken dat het in al zijn gedegenheid een beetje saai werd. Geen verrassingen, geen speelsigheid, geen uitschieters, maar in alle rust en sereniteit steeds nog wat meer van hetzelfde. Daar stond tegenover dat Mendelssohns Midzomernachtsdroom na de pauze in alle opzichten raak was: in de uitvoering door het orkest, dat krachtig speelde in de ouverture en ludiek en burlesk in het samenspel met de vertellers. Zelfs bracht het, verrassend, in de Bruilofsmars kleur en adem aan, waardoor dit veel mishandelde werk jeugdig en fris en heldhaftig over het voetlicht kwam. Voorts won de uitvoering grotelijks bij de vertolking van het bijbehorende Shakespear-blijspel door Hilde Uitterlinden en Charles Cornette. Vooral Cornette gaf klinkende stemmen aan een grote hoeveelheid kluchtige typetjes, van Leuter, Spoel en Spaan tot Puck, Thisbe en Theseus. Sopraansolisten en vrouwenkoor deden daarbij elfachtige duiden in het zakje. Al met al werd het een prachtige vertelling, waarin ook dirigent Jan Willem de Vriend nog over z’n schouder meepraatte. Zo horen we het graag.


