sluiten
Meer Recensies
De achtste van Bruckner
31 maart 2011 - De Oosterpoort
» meer informatie over dit concert
recensie

Innerlijke stilte, rust en devotie

2 april 2011 - DvhN

Handen vouwen. Innerlijke stilte, rust en devotie. Daarover gaan de Letzte Lieder uit 1948 van Richard Strauss en daarover gaat ook de Achtste Symfonie van Anton Bruckner (versie 1890). Zwaar werk voor het orkest, dat dubbel tot driedubbel bezet die innerlijke rust over het voetlicht moet zien te krijgen, en voor de dirigent, die dat enorme apparaat eenheid en richting moet geven. Het NNO speelde beide werken met inzet en overgave, zij het met iets teveel turbulentie tussen de dramatische introspectieven door.

De enige lichte toets op deze avond kwam van sopraan Lisa Larsson. Zij zong de Vier letzte Lieder over nevelige ochtenden, stervende zomers en toverachtige nachten met fijne klankbuigingen in de stem, alsof ze opwaarts streefde. Haar stem, sereen en helder, viel echter weg tegen de grote orkestklank, erg jammer. Alleen in het Beim Schlafengehen kwam haar sopraan er bovenuit. Daar speelde ook de concertmeester een fraaie solo, met een verrassend ouderwets Menuhin-vibrato, dat qua sfeer midden in de roos was.

In Bruckners Achtste Symfonie werd orkestraal alles uit de kast getrokken. Zware, moeilijke muziek is het, die telkens stilstaat en opnieuw begint. Stemmingsmuziek, in de ware zin van het woord: een stapeling van sferen, beelden en emoties. Onweer in het eerste deel, met dreigend gerommel en zware uitbarstingen, ritmisch hakwerk in het Scherzo, met barokke harpkrullen in het trio. Maar hoe mooi de lage strijkers in het Adagio ook vocaliseerden, het zware ademen werd je op den duur wel eens wat
teveel.
 

Zo was er telkens in deze symfonie dat enerzijds-anderzijds: het laatste deel begon in een prachtige beweging, maar naarmate het deel vorderde liepen hoorns en scherp koper af en toe net langs elkaar heen. Gelukkig is daarbij Bruckner altijd het hemelbestormende coda, om de luisteraar toch nog finaal plat te krijgen.

 

Door Minke Muilwijk