sluiten
Meer Recensies
Het NNO verwelkomt Simone Lamsma
28 januari 2011 - De Lawei
» meer informatie over dit concert
recensie

Lamsma weet ‘t publiek te raken

31 januari 2011 - Friesch Dagblad

Tsjaikovski schreef zijn Vioolconcert binnen amper twee weken. Hij schiep toen een werk dat in zijn tijd voor onspeelbaar werd geacht. Tegenwoordig behoort het tot het standaardwerk van iedere concert violist. Violiste Simone Lamsma, die donderdag nog het Gouden Viooltje in ontvangst mocht nemen, speelde dit werk vrijdagavond op onnavolgbare wijze samen met het Noord Nederlands Orkest in De Lawei in Drachten. Gistermiddag deed ze dit nog eens over in De Harmonie in Leeuwarden.

Met het strijken van de eerste tonen op haar viool viel de zaal van De Lawei stil en zat het publiek ademloos te luisteren. Dat zij meteen het publiek zo weet te raken komt niet alleen door de prachtige Stradivariusviool uit 1718, maar vooral door de intens doorleefde wijze waarop zij erop speelt. Ze musiceert met haar hele wezen. Met bewonderenswaardig gemak en grote precisie en virtuositeit speelde Lamsma de razend moeilijke solopartij.

Soms leek het alsof de eerste violen zacht een tweede stem meespeelden, maar dat bleek niet zo te zijn. Die speelde zij ook op haar viool. Dit werk van Tsjaikovski staat bekend om deze veelvuldige meerstemmige passages vol dubbelgrepen, en is daarom zo moeilijk. Voor Lamsma waren ze geen probleem. Met speels gemak speelde ze deze partijen. Zeer indrukwekkend waren de vrij lange solocadensen. Ontroerend mooi was het lyrische middendeel. Al na het eerste deel kreeg ze een open doekje van de zaal, wat zelden gebeurt. Na het zeer virtuoos geschreven en gespeelde laatste deel met een geweldige slotapotheose kreeg ze een staande ovatie.

Dirigent Stefan Asbury begeleidde met de musici van het NNO naadloos en accuraat, daarbij nauwkeurig de solist volgend. Je voelde chemie tussen solist, dirigent en orkest. Nadat de zaal was meegedeeld dat haar de avond ervoor het Gouden Viooltje was uitgereikt, speelde Lamsma als toegift op even onnavolgbare wijze nog een vioolsonate van Ysaye.

Zelden hoor je een ouverture van een opera waarin je niet even het hele orkest hoort. De ingetogen Introductie tot een opera van Moessorgsky was een aaneenrijging van solo’s, prachtig gespeeld, met begeleiding. Sfeervol en met mooi uitgespeelde melodische spanningsbogen gespeeld. Asbury gaf blijk daar veel gevoel voor te hebben. Met zijn soepele en nauwkeurige directie bereikte hij dat het orkest ontspannen en intens musiceerde.

Ook in de Negende symfonie van Schnittke wist hij met gevoel voor de structuur van het werk ingetogenheid en expressieve klankexplosies met scherp dissonerende akkoorden de juiste proporties te geven, en de spanning goed vast te houden. De belangrijke solorol voor de eerste hoorn en trompet in dit werk werd door beide musici uitstekend gespeeld. Met veel schwung werd het ‘herriewerk’ De IJzergieterij van Mosolovs gespeeld; met nabootsing van machinegeluiden, een ode aan de industrie. Hierna volgde het Vioolconcert van Tsjaikovski: een groter contrast is bijna niet denkbaar. Bovendien werd zo aangegeven dat met de komst van de machines het lawaai in de wereld aanzienlijk is toegenomen.

Gerben Bergstra