sluiten
Meer Recensies
Klassieke Muziekweek
6 november 2008 - De Oosterpoort
» meer informatie over dit concert
recensie

Loevendie en Liszt redden zwaarbelast NNO op de valreep

8 november 2008 - Minke Muilwijk, Dagblad van het Noorden

***

In een vrolijk volgestouwd concertprogramma figureerden de winnaar van het Prinses Christina Concours, naast schrijver en televisiemaker Kees van Kooten en componist Theo Loevendie. Bovendien zaten Debussy en Liszt in de randprogrammering. Het Noord Nederlands Orkest had er een hele kluif aan en het ging dan ook niet zonder slag of stoot. Eerst moesten er drie klassieke ringtones worden gespeeld, vanwege de klassieke muziekweek, en tussen die korte en flitsende stukjes en het uitdijend maestoso van Tchaikovsky’s Eerste Pianoconcert zat Debussy ingeklemd. Diens Jeux had dan ook maar weinig sjeu. Weliswaar werden de ballen strak in het ritme overgeslagen, maar het spelplezier ontbrak. En het befaamde eerste deel van Tchaikovsky’s eerste pianoconcert werd door de jeugdige solist (21) zo drastisch dichtgetimmerd dat alle lucht er werd uitgeknepen.

Misschien waren het de zenuwen, en was dit concert net iets de hoog gegrepen, maar Dimitrov zat de hele tijd veel te zwaar in de toetsen. Dat bracht hem technisch in de problemen, maar ook interpretatief was liet van alles teveel: teveel rubato, teveel pedaal, teveel nadrukkelijk opgelegd gevoel. Uiteindelijk gaat de muziek dan helemaal nergens meer over.

Het echt fijne luisteren kregen we dus pas na de pauze. De nieuwe nachtegaal, naar het beroemde sprookje, is door Theo Loevendie fraai van chinezige wijsjes voorzien, met lekker veel slagwerk en toepasselijke slagen op de gong, terwijl de klarinet zoetgevooisd de nachtegaal vertolkte. Kees van Kooten gaf hierbij zijn berijmde vertelling, waarin klingelen rijmde op zingelen, knoepert op poepert en China op jeetjemina.

En toen kwam de revanche van de chef-dirigent. Met het krachtige, martiale, breeduit vloeiende van Liszts Preludes was Tabachnik helemaal back in business. Schoon en lieflijk klonken de violen, sonoor de celli en hoorns. Er zat iets onmiskenbaar driftigs in, waardoor de muziek fel en spannend onder het ellebogenwerk vandaan kwam. En daarvoor kom je per slot toch naar de concertzaal.