11 februari 2011 - Friesch Dagblad
Daar was even niet op gerekend, zo’n grote toeloop in Drachten. Er moest meerdere keren ‘nee’ worden verkocht. Voor alle duidelijkheid: we hebben het niet over de plaatsen in De Lawei, hoewel die ook bijna uitverkocht waren, maar over de programmaboekjes voor het concert door het Noord Nederlands Orkest (NNO). Wie wat aan de late kant was, viste achter het net. Twee weken geleden was er ook al zoveel belangstelling bij Simone Lamsma. En ook toen: te weinig programmaboekjes. Het NNO had het dus kunnen weten en kunnen anticiperen op een meer dan normale belangstelling, want als het concert met Simone Lamsma één ding duidelijk heeft gemaakt is het wel dat talent van eigen bodem verschrikkelijk populair is.
Het immens populaire Tweede pianoconcert van Rachmaninov in de seizoensplanning zetten, dan moet je toch wel met iets bijzonders voor de dag komen. Dat meende het NNO te hebben in de persoon van Lucas Jussen. Niet zonder trots kondigde het NNO-magazine aan dat hij dit concert vlak voor zijn achttiende verjaardag zou spelen. Achttien, dan ben je meerderjarig en voor de wet geen kind meer. Het NNO kon dus op de valreep nog met een wonderkind op de proppen komen.
Door de serie Het Debuut weten we dat de jonge musicus tegenwoordig alles aan kan. Je verwonderen doe je al niet meer. Ook Jussen had technisch gezien geen enkele moeite met dit concert. Hij had het voordeel dat hij het al had ingestudeerd nog voordat hij werd gevraagd. Omdat hij het zo mooi vond en omdat hij het passend achtte voor zijn leeftijd. De noten schudde hij zeer zeker probleemloos uit zijn mouw.
Maar muziek is niet louter techniek. Het was een goed gespeeld concert, zelfs een fraai gespeeld concert door iemand met een heel verfijnd (en soms wat te zacht) touché die zijn Rachmaninov heus wel kende. Maar ja, er zijn zoveel vertolkingen van dit werk en deze voegde daar eigenlijk niets aan toe. Geen verwondering dus maar wel bewondering voor een grootse prestatie. Het publiek liet dat in ieder geval luidruchtig weten.
Net als het voorgaande concert was ook dit concert ‘op en top Russisch’. Het zal komen omdat die prachtige tentoonstelling Het onbekende Rusland in het Groninger Museum is te zien. Daar pasten de Polowetskische dansen goed bij: net zo exotisch en kleurrijk. Tabachnik dirigeerde strak, maar liet niet na het orkest de rijkdom van de partituur te laten invullen door de vele solistische blazerspartijen. In de Vijfde symfonie van Tsjaikovski handhaafde hij de strakke hand die in Rachmaninov wat losser was om de solist de ruimte te geven. Scherp, met pittige fortissimo’s, en dramatisch klonken de hoekdelen. Een prachtig zingend langzaam deel en een luchtig scherzo completeerden een uitmuntende uitvoering.
S. van Ek


