13 december 2008 - Paul Herruer, Dagblad van het Noorden
Ergens op aarde bestaan een tijd en een plaats voor het Double Concerto Phantom Phantasia van Andrew Lloyd Webber en zijn componeer- en arrangeerhulp Geoffrey Alexander. Maar het Noord Nederlands Orkest had het stuk niet als voorprogramma bij de Vijfde Symfonie van Mahler moeten programmeren, ook niet als het de decennia oude gewoonte wilde doorbreken waarin Mahler of Bruckner altijd voorafgegaan worden door een pianoconcert van Mozart. Het op Webbers musical The Phantom of the Opera ge baseerde dubbelconcert is luxueus verpakte banaliteit. Een beetje als de zogenaamd betere soepen die de supermarkt in doorzichtige emballage aanbiedt en net zo smaken als de goedkopere bliksoepen van een schap verder met dezelfde fabrieksaroma’s. Daaraan kon ook zijn broer Julian op cello niets aan verhelpen, noch de violiste die in elk geval voorzien was van een dijk van een cv.
Het was zonneklaar dat zowel het orkest als chef Michel Tabachnik daarna met grote vreugde aan de Vijfde van Mahier begonnen. Nu begint die symfonie alles behalve vreugdevol, maar de tragische toon werd volkomen overtuigend gezet. Natuurlijk waren er verder in het hele muzikale gebouw dingen te bespeuren als een enkel intonatievlekje of lijntjes in het laatste deel die niet helemaal waterpas hingen, maar dat kan gebeuren. Tabachnik hield de Vijfde in een heldere greep, analytisch en toch emotioneel maar zonder te overdrijven. Hoogstens had hij in het Scherzo sommige dansmotieven wat gevoeliger mogen maken; daardoor zou hun onontkoombare onttakeling pregnanter geworden zijn. Heel goed was de expressie in het Adagietto waaraan het werk zijn filmische roem ontleent. Opgezet uit een fluisterend niets groeide het naar een rijke sonoriteit. De sterktegraad van het applaus deed vermoeden dat ook het publiek meer voor Mahler gekomen was dan voor Webber.


