sluiten
Meer Recensies
Steve Vai meets Stravinsky
19 november 2011 - De Lawei
» meer informatie over dit concert
recensie

Middelpuntvliedende oneindigheid

19 november 2011 - DvhN

Voor zijn compositie The middle of Everywhere vond Steve Vai inspiratie in de oneindigheid van het universum. Donderdagavond beleefde het stuk zijn wereldpremière en omdat Vai zich als componist ook verwant voelt met Stravinsky, was er een muzikale ontmoeting gearrangeerd: eerst de middelpuntvliedende oneindigheid van Vai, waarna Stravinsky’s dansende beren en boeren op de kermis volgden. Inderdaad was de onderwerpkeuze niet helemaal gelijk, maar wel degelijk hoorde je een muzikale verwantschap tussen beide componisten, in het gebruik van de piano als ritme-instrument, in de aansprekende kleine melodietjes met dissonanten. Het was een helder gestructureerd werk, quasi-rommelig door het ontbreken van ritmische vastigheid.

Voor de ontmoeting met Stravinsky moesten we voorts nog even geduld oefenen, want ingeklemd tussen kermis en universum zat een romantisch pianoconcert van vorstelijke afmetingen. De jonge pianist Hannes Minnaar speelde Rachmaninovs derde pianoconcert met zwier en gratie. Het is toch wonderbaarlijk, hoe de pianistische jeugd van tegenwoordig de moeilijkste werken met kalme beheersing over het voetlicht brengt. Want al eerder hoorden wij ditzelfde concert met dezelfde vredige rust vertolkt worden door de jeugdige Severin von Eckhardstein. Zo ook gaf Minnaar zonder een spier te vertrekken de vleugel de sporen in een melancholisch gedaver waarvoor zijn instrument bijna te klein leek. Daardoor daalde er rust en vrede in de ziel, nodig om Stravinsky’s kermis op de juiste wijze te savoureren, met het universum van Vai nog ergens in het achterhoofd.

Na Stravinsky’s Pétrouschka kon je vaststellen dat het werk van Vai veel overzichtelijker was dan deze viervoudig doorgehaalde Burlesque, waarbij je als luisteraar heen en weer wordt geslingerd tussen honkytonkdrama en horrelvoetritmiek, speeldoosjes-zoetigheid en pastorales uit de draaimolen. Tabachnik stond er op de bok bij te heupwiegen, terwijl je in de zaal verlekkerd in je stoel zat, omdat er zoveel tegelijk gebeurde. Waarmee we kunnen concluderen dat er, vanuit het oogpunt van oneindigheid, op de kermis eigenlijk veel meer te beleven is dan in het universum.
 

 

Door Minke Muilwijk