16 mei 2011 - DvhN
Het Requiem van Verdi was het eerste stuk dat Michel Tabachnik als chefdirigent van het Noord Nederlands Orkest uitvoerde, en hij nam er nu na zes jaar afscheid mee. De vraag of het ook een requiem voor het NNO in zijn huidige vorm is, moet de staatssecretaris voor Cultuur beantwoorden en dat was ook een thema in sommige toespraken voor en na het concert. Een daarvan was van burgemeester Rehwinkel, die Tabachnik de Erepenning van de gemeente Groningen overhandigde.
Maar het ging natuurlijk om Verdi, niet om de drie op zichzelf fraaie Adam-Interludes van Rob Zuidam die in het programma eigenlijk niet zoveel te zoeken hadden. Verdi mag dan weinig met religie hebben gehad, zijn Requiem is simpel gezegd een dijk van een stuk en zo klonk het ook, van het fluisterende begin tot het ingetogen einde en de uitbarstingen her en der.
Daarin had een beetje beheersing wel gepast: het fors versterkte Noord Nederlands Concertkoor ging bijna ten onder in het geweld van het Dies Irae, maar elders kreeg het voldoende gelegenheid om mooie dingen te laten horen. Ook het op de bas na Russische solistenkwartet was krachtig aanwezig, vooral de tenor. In hun kwartetten en terzetten zat weinig balans en ook het duet tussen sopraan en mezzo overtuigde niet optimaal, maar er waren wel goede soli van bas en sopraan — zij vooral in het laatste deel.
Het hele werk overtuigde zonder meer: Tabachnik heeft op zijn volstrekt eigen manier alles voor deze muziek gedaan.
Door Paul Herruer


