5 januari 2012 - Leeuwarder Courant
Natuurlijk zat ook deze editie van het Nieuwjaarsconcert van het Noord Nederlands Orkest bomvol licht verteerbare vrolijke noten. En was de familie Strauss weer eens van de partij. Maar er was meer. Zoals een royale greep uit het ballet ‘De notenkraker’ van Tsjaikovski.
En een serie opera-aria’s waarin het vooral om de cobraturen (vocale versieringen) ging. Daarvoor was de bij onze oosterburen en in Tel Aviv actieve jonge lichte sopraan Hila Fahima aangetrokken.
Een gouden greep, al leek het er aanvankelijk op dat deze zangeres in volume nogal tekortschoot. Dat ze te licht was voor Gilda’s ‘Caro nome’ (Verdi) en Julia’s ‘Je veux vivre’ (Gounod). Misschien dat ze even feeling moest krijgen met de zaalruimte, want het werd snel beter. Haar aria ‘Der hölle Rache’ uit ‘Die Zauberflöte’ (Mozart) was niet alleen een sterk staaltje jongleren met noten; met haar niet zo kleurrijke, vooral op techniek gerichte geluid — dat is dit stemtype eigen — gaf ze deze aria meer body dan eerdere nummers en daarna werd het alleen nog maar beter.
De Klokjesaria uit Lakmé (Delibes) was meer dan precisiewerk: door oogcontact te zoeken met het publiek onderstreepte ze het vertellende karakter. En door steeds meer te geven bouwde ze dit nummer uit tot een belevenis.
Dat gold ook voor Rosina’s opkomstaria uit Rossini’s ‘Il barbiere di Siviglia’, waarin ze zich van dezelfde coloraturen bediende als de Amerikaanse diva Beverly Sills in de jaren zeventig.
En dan haar sluitstuk: Offenbachs aria van de pop uit ‘Les contes d’Hoffmann’. Met twee scènes tussendoor waarin de pop werd opgewonden had Fahima de lachers al op haar hand, maar wie goed luisterde naar haar overwegend op de hogere regionen gerichte versieringen, kon constateren dat het NNO met deze zangeres een pure vakvrouw in huis had gehaald.
Wat Tsjaikovski ‘s ‘Notenkraker’ betreft: het slagwerk staat doorgaans wat meer op scherp bij het NNO, maar het zachte spel in de Dans van de Suikerboonfee was klasse.
Evenals de tegen het sensuele aanliggende Arabische dans en de Intrada, muziek waarin een sneeuwlandschap te herkennen valt. De Strauss-nummers en een Rossini-ouverture moesten het onder de directie van Stefan Asbury met minder nuanceringen doen.
Maar daar stond de ouverture Leichte Kavallerie (Von Suppé) tegenover, met een werkelijk verbluffend knap gestreken snelle strijkerspassage.
Rudof Nammensma


