16 december 2011 - Friesch Dagblad
Een beetje moeilijk lopend met een stok kwam Michail Jurowski het podium op. Eenmaal staand op de bok liet hij met de dirigeerstok de musici van het Noord Nederlands Orkest (NNO) met simpele gebaren uiterst geconcentreerd en verfijnd musiceren. Van elk van de drie Russische juwelen, zoals de composities van Tsjaikovski en Rimski-Korsakov werden genoemd, wist hij een schitterend klankjuweel te maken. Hierdoor boeide het concert van de eerste tot de laatste noot.
Vanaf de eerste inzet werd je al getroffen door de doorzichtige orkestklank en de gedetailleerde behandeling van de partituur. Elk werk vertelde een verhaal. Uit de muziek van het ballet Het Zwanenmeer van Tsjaikovski waren die delen in een suite bij elkaar gebracht, waarmee de inhoud van het sprookje - vanaf het veranderen van een zwaan in een prinses met een witte jurk tot en met de ondergang van de geliefden - met enige fantasie duidelijk te volgen was. De stemmingswisselingen binnen elk deel en tussen de vier delen onderling werden haarfijn getekend.
Ster in het concert was de Italiaanse cellist Mario Brunello, die de solopartij speelde in de Rococovariaties, eveneens van Tsjaikovski. Met bewonderenswaardig gemak speelde hij deze vaak virtuoos gezette variaties met schitterende lyrische momenten op het Mozartachtige thema. Het ovationele applaus beloonde hij met een deel uit een cellosuite van de Spaanse cellist/componist Cascade.
In het laatste werk, Shéhérazade van Rimski-Korsakov, werd het publiek meegenomen in de sprookjeswereld van Duizend-en-een-nacht. Ook dit werk werd zeer indrukwekkende gespeeld. De zaal was muisstil. Van de vele prachtige individuele solo’s in dit concert was die van concertmeester Koskinen in dit werk het omvangrijkst. Jurowski gaf haar zijn bloemen.
Gerben Bergstra


