6 november 2010 - DvhN
Met de opwarming van de aarde wil het hier in het Noorden helaas nog altijd niet vlotten.
Daarom is het heel plezierig om tijdens de novemberstormen dansmuziek te horen uit zuidelijker streken, waar het er uit de aard der zaak warm en zweterig aan toe gaat.
En, als het op de muziek aankomt: vurig en zinderend en hitsig en schaamteloos in het etaleren van dikopgelegde gevoeligheden.
Zulke echt lekkere muziek speelde het Noord Nederlands Orkest onder leiding van de jonge Chinese dirigent Perry So. Behalve Moncaya’s Huapango, wat nogal duf en stoffig aandeed (Mexico), was het vanaf de eerste maten van Ginastera’s Gauchosballet Malambo raak met opzwepend geritsel van het slagwerk en aanstekelijk ritmisch stampwerk van de het voltallig orkest.
Voor de afwisseling wat brave swing van Guarneri’s Danse Brasileira en driedubbel ingevet
schmierwerk (Russische School) van Rozhdestvensky’s Guarneri in de Carmen Fantasy van Waxman.
De solist was overigens niet helemaal hands on qua timing, zodat het solowerk nogal routineus door de muziek heen walste. Beetje jammer van het orkestwerk, eigenlijk.
Gelukkig moest het beste nog komen: zo’n heerlijke tangoachtige, met Mahler-aspiraties van Piazzolla en een voorwaar nog veel heerlijker Danzon van de Mexicaan Arturo Márquez. Dat ging loos met zoete klarinetmuziek, en ontaardde in Afrikaans gepeperd gedreun, gedaver, gedonder, geklap en geschetter, met een overtuiging die je alle novemberkilte deed vergeten.
Kijk, daar word je blij van. En vanuit die gemoedsgesteldheid bekroonde het NNO de avond met een ongeremde MAMBOmambo. Wie durfde, kon daarna nog Salsa dansen.
Door Minke Muilwijk


