13 februari 2009 - Rudolf Nammensma, Leeuwarder Courant
DRACHTEN - Stormen van koper. Strijkers op kousenvoeten. Schichtige fluiten. Dreiging. Ontlading. En ontspanning. Dat alles speelde zich af bij het Noord Nederlands Orkest in de Vierde van Anton Bruckner, een symfonie die met zijn enorme contrasten en de door de partituur goed bediende kopersecties de bijnaam ‘Romantische’ meekreeg.
Onder het waakzame oog van chef-dirigent Michel Tabachnik ontstond een weergaloze uitvoering, opbloeiend uit de zacht grommende violen aan de start, gevolgd door alerte koperblazers, die tijdens dit grootse werk zowel voor overrompeling als voor meer intieme momenten zorgden.
Gelukkig dat ‘Tabachniks visie op Bruckner niet alleen was opgebouwd uit dynamiek en uitersten. Ook tussen de veelvuldige schakelmomenten viel er veel moois te beleven, waarin alleen met een loep hier en daar wat haarscheurtjes vielen te ontdekken. Een stevige uitvoerig was het met directheid en diepte plus de verfijning, die nodig is om bombast te voorkomen.
Voorafgaand aan de symfonie klonk Claude Debussy’s Fantasie voor piano en orkest, in de tweede versie. Een gevoelig mengsel van muzikale lijnen is dit, gecombineerd met niet alledaagse harmonische schakeringen, waaruit bij herhaling een fijnzinnige pianopartij tevoorschijn komt. Die laatste was bij Melvyn Tan — bekend van zijn authentieke Mozart-registraties — in uitstekende handen. Zijn kristallen partij lag steeds goed op koers en ademde vanzelfsprekendheid uit. Dit in tegenstelling tot de nogal stugge, gespannen lezing van het orkest. Slechts in meeslepende passages klikte het tussen beide partijen. In de rest van dit driedelige werk, dat in Drachten, wat deze versie betreft, zijn Nederlandse première beleefde, was en bleef Tan overduidelijk de meerdere.


