1 december 2008 - Dingeman van Wijnen, Friesch Dagblad
Als je filmmuziek hoort en je krijgt het gevoel dat je de film ie er bij hoort toch maar eens moet gaan bekijken, dan heeft de componist het goed gedaan. En de uitvoerenden natuurlijk ook. Het NNO speelde vrijdagavond in De Lawei in Drachten onder leiding van Stefan Vladar de Suite uit Psycho van Bernard Herrmann. De film Psycho van Hitchcock is natuurlijk vooral om Hitchcock beroemd geworden, maar de muziek heeft zijn eigen kracht. Herrmann weet met zijn strijkers een grote veelheid aan kleuren te realiseren. Dit is echt muziek waar je bij moet zijn, en die ondanks de beklemmende achtergrond ook geregeld een glimlach oplevert. Van de muziek bij de noodlotsfilm Psycho naar Beethovens Vijfde, met het beroemde noodlotsthema, had slechts een kleine stap hoeven zijn, maar het NNO had gekozen voor een omweg via Mendelssohn. Met diens vioolconcert werd het inderdaad een flinke omweg: de lyriek en romantiek van dit werk staat ver af van welk noodlot dan ook. Solist was de jonge Chinese violist Dan Zhu (1982). Zhu straalde een grote overtuigingskracht uit, liet zijn viool prachtig zingen en zijn strijkstok af en toe dansen over de snaren. De betiteling uit een muziek- tijdschrift ,,een artiest met de grootste bescheidenheid” is bijzonder, want wie staat er nu meer op de voorgrond dan een soloviolist? Tegelijk zal ieder die Zhu hoort spelen aanvoelen wat ermee wordt bedoeld: deze musicus zet zichzelf niet voorop, maar de muziek die hij speelt. Dat dat niet betekent dat hij niet zeer sterk aanwezig is in de muziek bleek nog eens ten overvloede uit de briljant gespeelde toegift, de variaties over The last rose of summer van Ernst.
Beethoven resteerde voor na de pauze. Uiteraard een bekend stuk, de vijfde symfonie, en dat vraagt van een dirigent een visie - met de verleiding om die visie er dan zo op te leggen dat het onnatuurlijk wordt. Op een paar momenten in het begin leek zoiets even aan de orde, het gevoel: o, hier heeft Vladar iets bedacht. Maar dan kan het prachtig van pas komen dat in deze muziek herhalingen voorkomen want juist op zo’n zelfde moment overtuigde de herhaling helemaal, en klonk de vondst ineens volkomen natuurlijk. Bij het volledig orkest leek de klank soms wat vol te lopen en had iets meer doorzichtigheid de zaak helemaal afgemaakt. Maar de dialogen tussen orkestgroepen werden door Vladar fraai vormgegeven, en de intrigerende onderonsjes tussen blazers, met onder meer heerlijke pufjes in de fagot, klonken alsof ze ter plaatse werden verzonnen. Als een stuk zo wordt uitgevoerd mag het gerust voor de zoveelste keer zijn. Dan verveelt het nooit.


