21 november 2011 - Leeuwarder Courant
Hannes Minnaar stal zaterdagavond de show bij het Noord Nederlands Orkest. Zijn interpretatie van het Derde Pianoconcert van Rachmaninov loog er niet om. Onevenwichtigheden waren er zeker. Zo zakte in het relatief langzame middendeel de spanning weg, zowel in zijn spel als in dat van het orkest, dat onder leiding stond van oud-chefdirigent Michel Tabachnik. En het slotdeel klonk nogal gehaast.
Maar dat neemt niet weg dat er legio momenten waren waarop alles wel klopte en Minnaar en Tabachnik hun vurige versie overtuigend uitventten.
Opvallend in het spel van deze 26-jarige pianist was de expressiviteit en zijn voorliefde voor het poëtische. Het effect van een enkel moment joeg hij niet na. Het ging hem om de ketting als geheel en niet om de afzonderlijke parels. Prachtig was ook de balans die hij samen met Tabachnik aanbracht.
Verder stond op het programma ‘The middle of everywhere’, een werk door de Amerikaanse gitaarvirtuoos Steve Vai speciaal voor het NNO geschreven. De oneindigheid van het universum diende voor dit werk als uitgangspunt. Uit een vrij transparante ondergrond van noten van dezelfde lengte schoten verrassende soli omhoog. Van schurend koper en een knallende trom tot meer milde bijdragen van bijvoorbeeld viool en dwarsfluit. In al zijn onvoorspelbaarheid bleek de muziek vrij toegankelijk, mede ook door de minimal music-effecten die Vai — hij was zelf in Drachten aanwezig — had aangebracht.
Van Stravinski speelde het NNO Petroesjka in de versie uit 1911. Het werd een spannende uitvoering. Jammer dat men de vijftien onderdelen van dit ballet niet tijdens het orkestspel kenbaar maakte. Een paar simpele projecties en iedereen had precies geweten waar we in het verhaal waren.
Rudolf Nammensma


