18 april 2009 - Minke Muilwijk, Dagblad van het Noorden
Het Noord Nederlands Orkest bracht ons de l8de eeuw in kleine bezetting. En niet alleen de bezetting, ook het spel was volgens de l8de eeuwse mode, dat is:
niet fors en groot en breed uitgestreken, maar klein en licht en wendbaar, met fijne versiering waar dat zo uitkwam. Aan de eerste lessenaar stond een onbekende violiste die met groot animo haar l8de eeuwse voortrekkersrol vervulde. Haar spel en houding waren een lust voor het oor en het oog, waardoor er meteen al in het wereldberoemde Concerto Armonico nr.5 van onze landgenoot Unico Wilhelm van Wassenaer prachtige dingen gebeurden, behoudens dan de zompige inzet. Bij de inzet van Scheides Sinfonia gebeurde overigens hetzelfde, dus ‘t zal wel aan Vladar liggen. Vladar stond er sowieso erg bescheiden bij, op de bok. Dat sierde hem, want in de l8de eeuw deed een dirigent meestentijds zijn werk vanachter het clavecimbel, of aan de eerste lessenaar. Nu zat aan het clavecimbel ook een man die zijn vak verstond; vooral zijn zwoele arpeggi in het sotto voce gespeelde Andante van Mozarts 29ste symfonie waren bijzonder effectief.
En dan was er natuurlijk nog Pieter Wispelwey, die in het Haydnconcert groots uitpakte, zoals we dat van hem gewend zijn. In de gepunteerde ritmes van het eerste deel kwam hij er meteen prachtig in, voluit solerend, met een fors en viriel geluid. Bij Wispelwey gebeurt er altijd wel iets, omdat hij, om het modieus te zeggen, ‘in het moment’ musiceert. Hij speelt al luisterend, naar zichzelf en naar zijn begeleiders, en dat betekent dat hij nooit op safe speelt. Zo veroorloofde hij zich qua intonatie een paar dichterlijke vrijheden, maar gaf hij in zijn cadens aan het slot van het eerste deel weer zulke fantastische Spaans aandoende â la gitarra’s ten beste, dat je verder overal vrolijk in meeging. Zo werd er eigenlijk de hele avond mooi gemusiceerd.


