3 november 2008 - Peter van der Heide, Dagblad van het Noorden
Eerder op de dag’ beklom de Amerikaanse performancekunstenares Laurie Anderson nog samen met haar beroemde echtgenoot, rockicoon Lou Reed, de trappen van de Groninger Martinitoren om ‘het carillon te bekijken. Hét moet een bijzondere ervaring zijn geweest de twee daar zo te’zien zitten achter het klavier. “Bijzonder’ ‘was ook het woord dat ‘s avonds rondging na de opvoering van baar pretentieuze werkstuk Homeland. Een traag voortglijdende muzikale trip van honderd minuten waarin kritische kanttekeningen bij de huidige staat van Amerika worden geplaatst. Het programmeren van Anderson als toonaangevende hedendaagse componiste betekende voor de festivalorganisatoren (NNO en Prime) een schot in de roos. Met Homeland borduurt de 61-jarie New Yorkse, die ooit eenmalig aan de mainstream rockmet de merkwaardige pophit O Superman, voort op United States I-Wuit 1983. Het is bijna eng hoe sterk Homeland aanhaakt bij de actualiteit. De oorlog in Irak duurt al even, maar dat er aan de kredietcrisis wordt gerefereerd is een knap staaltje. Anderson tackelde het verlies aan individuele vrijheid in een veiligheidsstaat en de uitwassen van een consumptiemaatschappij. Met kaarsjes als belangrijkste decorstuk hield Anderson het visueel, bescheiden. Geen multimediaspektakel maar een hoofdzakelijk in ambientgeluiden gevangen woordenspel. Anderson als surrealistisch reisleidster, staand achter haar elektronica, die meer pratend dan zingend de luisteraars een spiegel voorhield. Bloedserieus, maar gelukkig doorspekt met humor. Om de ironische kijk op de Amerikaanse politiek en cultuur te vatten, speelde de intonatie van woorden een belangrijke rol. Daarvoor bediende Anderson zich van effectapparatuur waarmee ze haar stem zelfs als die van een man wist laten te klinken. De drie begeleidende muzikanten beperkten zich tot het creëren van klanklandschappen waarin de elektrische viool van Anderson de toon zette. Compositorisch geenszins grensverleggend, maar sfeervol en minimaal, uitsluitend bedoeld ter ondersteuning van de verbale snapshots. Die bespiegelingen deden een beroep op het uithoudingsvermogen, als wist Anderson het met enkele popelementen toegankelijk te houden. Naar het moment dat Lou Reed zijn stoel in de zaal verliet om een gastrol te vertolken, zal door vele bezoekers zijn uitgekeken. Ze kregen een Reed zoals alleen Reed kan zijn, praatzingend en stoïcijns timend. Aandoenlijk, hoe hij samen met zijn vrouw over lege relaties zing. Het bosje bloemen waarmee Reed even later het podium afstapte leverde een onvergetelijk plaatje op. De toegift, een huiveringwekkende uitvoering van zijn veertig jaar oude I’ll be your mirror, stond weliswaar volkomen los van Andersons performance, maar was een vriendelijke, memorabele geste naar het publiek.


