29 januari 2011 - Leeuwarder Courant
De IJzergieterij van Alexander Mosolov met zijn explosieve koperpassages, aambeeld en toenemend aantal decibellen maakte absoluut indruk. En ook in de in een subtiel pianissimo eindigende ouverture tot La Kovantchina van Modest Moessorgski ‘pakte’ het Noord- Nederlands Orkest. En dan was er de Nederlandse première van een door tussenkomst van zijn weduwe slechts in de grondverf gezette Negende symfonie van Alfred Schnittke, waarin dirigent Stefan Asbury naarmate het werk vorderde, steeds meer reliëfwerking toeliet.
Ook allemaal prima. Maar het meeste verbleekte toch wel bij het optreden van de kersverse winnaar van het Gouden Viooltje: violiste Simone Lamsma.
Terwijl ze zo nu en dan haar blonde manen achterover schudde en soms even naar de snaren keek met een blik van ‘wie is er nu eigenlijk de baas?’ ontrolde zich het vioolconcert van Peter Iljitsj Tsjaikovski. De wisselwerking tussen haar en het orkest was klasse, haar spel weergaloos. Bij Lamsma ging het niet om gespierde machobravoure, of puur om de moeiteloos ogende techniek. Bij haar leek de muziek van binnenuit te komen, was er energie, waren er emoties en zo’n beetje alles wat muziek de moeite waard maakt. Over een verzameling razendsnelle en lastige loopjes wist zij toch ook nog even een spanningsboog aan te brengen.
Lamsma deed niet zomaar wat. Zij voelde de muziek waarschijnlijk in haar lijf en liet die de zaal binnen stromen. Speelde ze even niet en bereikte het orkest een climax, dan rechtte ze haar rug, alsof ze het allemaal beleefde. En dan was er dat langzame deel, waarin ze haar Stradivarius enkele malen liet snikken. Of het nog beter kon, vroeg je je al niet meer af. Dit is de top.
Rudolf Nammensma


