sluiten
Meer Recensies
Hertog Blauwbaards Burcht (semi-scenisch)
16 november 2008 - De Doelen
» meer informatie over dit concert
recensie

Sublieme Blauwbaard van Noord Nederlands Orkest

17 november 2008 - Thiemo Wind, Telegraaf

Het Noord Nederlands Orkest en concertgebouw De Doelen beloofden een semi-scenische uitvoering van ‘Hertog Blauwbaards Burcht’, maar dat bleek een understatement van jewelste. Wat het orkest ten tonele voerde was muziektheater van de bovenste plank. Helaas wisten slechts vijfhonderd operaliefhebbers de weg naar de Rotterdamse zaal te vinden. Bartók blijft moeilijk verkoopbaar.

In de burcht van de hertog wenst Judith de ene gesloten deur na de andere te openen. De kamers die zich daarachter bevinden, zijn zinnebeelden van Blauwbaards innerlijke leven. Macht, een zee van tranen, vroegere vrouwen en bloed, overal bloed. Hiermee is de opera eerder een psychoanalytische verkenning dan een traditioneel drama. Besteed het werk uit aan een operagezelschap en de kans is groot dat de enscenering te stoffelijk uitpakt. Bij het Noord Nederlands Orkest draagt de regisseur Miranda Lakerveld even simpele als doeltreffende oplossingen aan, zonder drang tot wereldschokkende vernieuwing.

De orkestmusici zitten op het podium, met een lampje op de lessenaar. Achter hun rug bevindt zich een kleine verhoogde speelvloer waar Martina Prins (Judith) en Jonathan Lemalu (Blauwbaard) zingen en sober acteren. Op een groot doek boven hun hoofd verschijnen fascinerende filmbeelden in zwart-wit. Ze zijn geïnspireerd door het werk van Man Ray en scheppen een droomachtige toestand: handen, gezichten in close-up, dansende sleutels, maar ook abstracte weerspiegelingen van mentale kortsluiting. Deze suggestieve beelden gaan gepaard met een al even suggestieve belichting, variërend van het witste wit tot bloedend rood.

Prins geeft bewogen inhoud aan de rol van Judith. Imposant maar vocaal minder reislustig klinkt de eenvormige, in zichzelf verzonken gruisbas van Jonathan Lemalu. De grootste muzikale verrassing is wel de souplesse waarmee de chef-dirigent Michel Tabachnik zijn orkestmusici zelfverzekerd aan het spelen krijgt. Uit de veeleisende partituur komt vervoeringskunst tevoorschijn van de meest lucide soort. Voor de pauze werkt Janacéks ‘Dagboek van een verdwenen man’volgens dezelfde receptuur al net zo betoverend. De liederencyclus komt tot klinken in de instrumentatie die Geert van Keulen negen jaar geleden maakte voor het Schönberg Ensemble. De krachtige Engelse tenor Peter Hoare frappeert met de wijze waarop hij de Slavische toon weet te treffen en de mezzo Cora Burggraaf is een zigeunerinnetje op wie je per direct verliefd zou raken.

Behalve in Rotterdam heeft het Noord Nederlands Orkest deze dubbelvoorstelling ook thuis in Groningen gepresenteerd, daar voor 650 bezoekers. Zo’n prachtproductie verdient meer belangstelling, zeker na dit bewezen artistieke succes. Een herhaling tijdens de Rotterdamse Operadagen, een tournee onder auspiciën van de Reisopera?
Er moet iets op te verzinnen zijn.