9 december 2011 - Leeuwarder Courant
Voor de uitvoeringen van Händels ‘The Messiah’ in Mozarts orkestratie koos het NNO de uit Wenen afkomstige dirigent Stefan Vladar. Uitgerekend in deze stad vond in 1789 onder leiding van Mozart zelf de eerste Mozartversie van het werk plaats.
Dat deze er kwam, danken we aan de Nederlandse diplomaat Gottfried van Swieten. Hij bracht Mozart liefde voor de barok bij en liet hem ‘The Messiah’ aan de smaak van de Weens-klassieke tijd aanpassen. Mozart voegde niet alleen hout- en koperblazers toe, maar veranderde ook het nodige en liet zaken weg.
Dat betekent, dat je bij een uitvoering als deze continu aan het vergelijken slaat. Nu eens wint Händel, dan weer Mozart. Waar blazers en strijkers een fijne melange vormen, slaat de wijzer door naar Mozart. Dan is het dubbel en dwars genieten van bijvoorbeeld de koren ‘Halleluja’ ën ‘Amen’.
Jutten blazers en strijkers elkaar evenwel tot een te groot volume op, dan zijn met name soli à la Händel te verkiezen. Zeker wanneer het solistenkwartet ingesteld lijkt te zijn op een authentieke uitvoering. Gelukkig maakte sopraan Katharine Fuge veel goed met haar fantastische Duitse uitspraak en won bas Sebastian Noac gaandeweg het concert aan kracht, zodat hij in ‘Sie schallt, die Posaun’ meer dan voldoende tegenwicht bood aan het schallende koper.
Gemakkelijk hadden de solisten het niet, want ze namen ook bepaalde koorpassages voor hun rekening. Het koor reageerde alert op kwartet en orkest en liet zich, zonder aan klank in te boeten, tot grote hoogten meevoeren. Jammer dat het instrumentale tempo niet altijd met het vocale overeenkwam. Aan de klavecinist lag het in elk geval niet, want die zorgde ‘continu’ voor duidelijke accenten.
Rennie Veenstra


