19 december 2008 - Dingeman van Wijnen, Friesch Dagblad
Het was opnieuw een feest van energie en vaart, het optreden van het Noord Nederlands Orkest (NNO) met het Noord Nederlands Concertkoor (NNCK) onder leiding van Peter Dijkstra. Al eerder bleek deze combinatie het in muziek van Bach geweldig te doen. Ook toen al stond het Weihnachtsoratorium op de lessenaar. Maar er was niets van routine te bespeuren. Alles klonk even fris en enthousiast.
Meteen al het openingskoor van de eerste cantate was een en al kracht. Het jauchzet en frohlocket spatte uit het koor, dat met ruim veertig zangers fors was, maar voor deze zaal, en in combinatie met een orkest op moderne instrumenten beslist niet te fors. Juist in deze muziek mag het wel stevig zijn, als de klank maar stralend is. Bovendien liet het koor in enkele koralen horen ook met z’n veertigen prachtig zacht te kunnen zingen. Voor de duetten met solisten en koorsopranen trad een vijftal sopranen op. Dat werkte mooi.
Het tempo, dat hoefde niemand te verbazen, lag hoog. Erg hoog. Bas Thomas Oliemans had er in zijn aria Grosser Herr wel enige moeite mee, en liep net een beetje achter de feiten aan. In zijn recitatief als Herodes was zijn niet echt milde stem ineens helemaal op zijn plaats. Dat een hoog tempo geen probleem hoeft te zijn, toonde tenor Marcel Beekman. Hij zong zijn aria’s, vooral het Ich will nur dir zu Ehren leben, met soeverein gemak en krachtige overtuiging. Ook in de woord voor woord verstaanbare recitatieven maakte hij met zijn heldere stem indruk. Die verstaanbaarheid was een klein minpunt bij alt Noa Frenkel, die verder met haar warme stem en duidelijke betrokkenheid een belangrijke rol speelde. Bijzonder om het evangelie te horen zingen door iemand van Jezus’ eigen volk. Heleen Koele completeerde het solistenviertal, en ook zij leverde een fraaie bijdrage, in de beroemde echo-aria verdienstelijk ondersteund vanuit het koor.
Energie en vaart kenmerkte nog sterker de koorgedeelten. Ook daar was het tempo soms bijna letterlijk adembenemend. Het verrukkelijke openingskoor van de vijfde cantate, Ehre sei dir, Gott, gesungen, ging uiterst voortvarend uit de startblokken. Als luisteraar was het me bijna te veel.
Maar het Concertkoor draaide er z’n hand niet voor om. Alle wendingen en notenreeksen kwamen er glashelder en gelijk uit. Het orkest kon daar een puntje aan zuigen; dat redde het juist in het verder zeer feestelijke slotkoraal niet helemaal, met hout- blazers en koperblazers die elkaar even kwijt waren, Maar dat deed al geen afbreuk meer aan een gedenkwaardig concert, dat smaakt naar meer. We zien de intens muzikale en oogstrelend dirigerende Dijkstra graag terug. Van Bach liggen ook nog een paar passies en de Hohe Messe klaar.



