sluiten
Meer Recensies
recensie

Weithaas en Asbury bouwen klankwerelden

5 maart 2011 - DvhN

Bij het Noord Nederlands Orkest vond men blijkbaar het Vioolconcert van Brahms en de Achtste Symfonie van Dvorâk te kort voor een programma en dus zijn de Hongaarse Schetsen van Bartôk toegevoegd. Folklore dus, maar dan direct uit de bron en niet gefilterd zoals bij Brahms en Dvorâk. Ze klonken in hun eigenzinnige instrumentatie en harmonisatie heel goed, want de Engelse gastdirigent Stefan Asbury heeft gevoel voor kleur.
 

Dat bleek des te sterker bij het Vioolconcert van Brahms, waarin het orkest zonnige uitzichten op bedauwde heuvellandschappen bood terwijl soliste Antje Weithaas er als een hoogzingende vogel boven zweefde. Weithaas bouwde haar eigen klankwereld op, glashelder, energiek en verfijnd. En stijlbewust ook, met een miniem vibrato dat ook de eerste uitvoerder van het werk heeft gehad: Joseph Joachim. Jammer was hoogstens dat het volle orkest in het eerste deel soms wat plomp binnenviel, maar dat ligt ook aan Brahms.

Bij Brahms was al te horen dat Asbury graag wat langer verwijlt bij mooie momenten, en dat deed hij ook in de Achtste van Dvorâk. Ook daarin werd met timbres gekneed, met de houtblazers op hun best en de strijkers breed, verzadigd en dynamisch plooibaar. De wisselende gemoedsstemmingen die de symfonie oproept, kregen allemaal hun lading en de fanfare in de finale — een soort Koning Voetbal op zijn Boheems — werd smaakvol ingebed.
 

 

Paul Herruer