sluiten
Een bijzondere dirigent,      een groot interpreet en orkesttrainer, een dirigent om naar uit te kijken Chef-dirigent Stefan Asbury Stefan Asbury

Stefan Asbury is de opvolger van Michel Tabachnik als chef-dirigent van het NNO. Asbury is een bijzondere dirigent en een groot interpreet en orkesttrainer. Een dirigent waar wij en u naar uit mogen kijken. Dat deze dirigent, die de grootste orkesten in de wereld dirigeert, zoals het Koninklijk Concertgebouworkest, het Gewandhausorkest Leipzig, het London Symphony Orchestra, het Los Angeles Philharmonic en het Sinfonieorchester des Bayerischen Rundfunks voor het NNO kiest, wil wel iets zeggen. Onderstaand leest u een interview, dat onze fluitist en interviewer Pepijn van Doesburg met hem had.

ALLEREERST GEFELICITEERD MET UW BENOEMING!

Dank u wel, ik ben er heel blij mee. Het benoemingsproces verliep bovendien op een heel prettige, goed georganiseerde manier. Ruim een jaar geleden deden we samen ons eerste project en dat beviel wederzijds blijkbaar goed. Marcel Mandos, artistiek manager/programmeur NNO, sprak met mij over een eventuele interesse in het chef-dirigentschap en we voegden snel een paar andere projecten toe. Het orkest kon een beeld van mij krijgen en ik kreeg een indruk van het orkest in verschillend repertoire. De komende jaren zullen we elkaar natuurlijk beter leren kennen, maar zoals de zaken ervoor staan heb ik het volste vertrouwen in onze samenwerking.

WELKE INDRUK KREEG U VAN HET ORKEST?

Ik bespeurde een zekere no-nonsense instelling bij de musici. Als ik ze iets vroeg, voerden ze het gewoon uit. Er werd genoeg tijd genomen tijdens de repetities en ze waren bereid echt te werken om iets bijzonders te laten ontstaan tijdens het concert. Dat past uitstekend in mijn filosofie van wat dirigeren zou moeten zijn: ik beschouw het als mijn rol de verantwoordelijkheid gedeeltelijk bij de musici te leggen en hun de gelegenheid en de mogelijkheid te bieden om goed te spelen. Mijn streven is niet zozeer de musici gehoorzaam te maken aan de chef-dirigent of aan het notenmateriaal, maar om ervoor te zorgen dat ze iets van henzelf in de muziek tot uiting brengen. Ik probeer ze geen dienaars te laten zijn maar echte musici, want muziek moet worden gespeeld en niet ‘ondergaan’. In de loop van de keren dat we hebben samengewerkt, stelden de musici zich geleidelijk meer open voor dit proces en dat is precies wat ik probeer te bereiken.
 

U STAAT VOORAL BEKEND ALS DIRIGENT VAN HEDENDAAGS REPERTOIRE, WAT VOOR MUZIEK KUNNEN WE VAN U BIJ HET NNO VERWACHTEN?

In Nederland heb ik inderdaad die reputatie. Ik deed er mijn eerste werk buiten Engeland toen ik vijfentwintig was. Rond die leeftijd werd ik een professioneel dirigent en het begon allemaal in Nederland met moderne muziek. Toen ik mij een huis kon veroorloven, werd tot de koop besloten tijdens een repetitie van het Asko-ensemble. Maar vooral in de laatste vijf, zes jaar heb ik veel uiteenlopend repertoire gedirigeerd en dat ben ik ook in Groningen van plan. Ik vind het trouwens ook niet de rol van de chef-dirigent om muziek uit één periode uit te voeren. Het repertoire waarvoor orkesten zijn ontstaan dateert uit de periode van eind achttiende tot begin twintigste eeuw. Dat hoort er dus gewoon allemaal bij. Het is mede de verantwoordelijkheid van de chef-dirigent om te zorgen voor voldoende verscheidenheid in repertoire, natuurlijk in nauwe samenwerking met de artistiek manager/programmeur en de directeur.
 

WAAROM IS HET GOED VOOR HET NNO OM U ALS CHEF-DIRIGENT TE HEBBEN?

Haha, daar geef ik geen antwoord op, dat moet u het orkest zelf maar vragen!
 

LAAT IK DE VRAAG DAN OMDRAAIEN, WAAROM IS HET GOED VOOR U OM CHEF-DIRIGENT TE ZIJN VAN HET NNO?

Daar kan ik wel iets over zeggen en dat sluit aan bij wat ik zo-even zei. Ik heb mijn hele loopbaan een orkest voor ogen gehad dat het hele repertoire uitvoert omdat het in zijn eentje verantwoordelijk is voor de klassieke muziek in een bepaalde stad of, zoals in het geval van het NNO, in een bepaalde regio. Dat ideaal gaat eigenlijk zelfs terug tot mijn jeugd in Birmingham, waar het City of Birmingham Symphony Orchestra diezelfde rol vervulde. Dat orkest is dankzij dirigent Simon Rattle wereldberoemd geworden, maar voordat hij kwam had het een puur regionale functie. Als je in Amsterdam, Berlijn of Londen dirigeert, is er veel concurrentie van andere orkesten. Ze kijken over elkaars schouder hoe de andere het doen, ze mijden repertoire of bepaalde solisten omdat elk orkest iets moet bieden dat de andere orkesten in de stad niet hebben. Een orkest als het NNO moet van alle markten thuis zijn, moet als het ware zoveel mogelijk mensen blij maken. Dat is een speciale kans maar ook een grote verantwoordelijkheid en die verantwoordelijkheid wil ik graag op me nemen.
 

Interview: Pepijn van Doesburg